Posts tonen met het label nederland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label nederland. Alle posts tonen

dinsdag 27 februari 2018

Uitspraak Europees Hof en ... Louise Fresco blijkt een rovend kroonlid

Vandaag, op de 42e verjaardag van de Saharaanse republiek, is een uitspraak gedaan door het Europees Hof van Justitie over de toepassing van Europees recht op West-Sahara. De visserijovereenkomst die door de EU is gesloten met Marokko is geldig verklaard maar alleen voor Marokko. En niet voor West-Sahara. Duh. Er is lange tijd gedaan alsof West-Sahara bij Marokko hoort maar dat was onterecht. Dat kan niet langer. De hele Europese verhouding met Marokko moet op de schop. 

De Marokkanen, althans de regering van het dictatoriale koninkrijk, zal zich met alle macht verzetten tegen andere verhoudingen en zij spelen daarbij zeer vals. Immigratie, drugshandel en terreur zijn de terreinen waarop Europa vraagt om Marokkaanse expertise en de samenwerking op die gebieden zal moeilijker worden. Maar er zijn natuurlijk ook Europeanen die verantwoordelijk zijn voor het toegeven aan de Marokkaanse brutaliteit.  Nederlandse medeplichtigen aan grondstoffenroof uit West-Sahara zijn te vinden in de visserij en in de fosfaat business, en de zand- en zouthandel.  

Die medeplichtigheid aan de Marokkaanse grondstoffenroof gaat heel geraffineerd. Een voorbeeld. 
Op 12 mei 2009 publiceerde NRC een lovend stuk van mevrouw Louise Fresco onder de titel "De stille kracht van Marokko". Het is een lofzang op de Marokkaanse fosfaat waarin West-Sahara helemaal niet wordt genoemd.  Dat valt op want Louise Fresco is hoogleraar, SER kroonlid en nog veel meer, dus dommigheid kan het niet zijn. Het weglaten van West-Sahara in een lovend verhaal over Marokkaans fosfaat duidt vrijwel altijd op corruptie. 
Bovendien heeft zij nogal cynisch reclame gemaakt voor de beruchte Albert Heijn tomaten uit Marokko "tomaten die we uit Marokko halen hebben als voordeel dat ze daar werkgelegenheid, en dus inkomen bieden, waardoor boeren ook weer kunnen investeren in hun land en geen roofbouw plegen."  Het gaat om de handel in tomaten waarvan inmiddels bekend is dat die vaak in werkelijkheid uit West-Sahara afkomstig zijn. 

Prof. Fresco is ook lid van het World Policy Center en daar is de informatie te vinden dat mevrouw sinds 2010 lid is van het wetenschappelijk advies comité van de OCP Group. OCP staat voor Office Chérifien des Phosphates en dat is het koninklijk Marokkaans fosfaatbedrijf. Dat is een boevenclub. OCP rooft stelselmatig de fosfaat uit West-Sahara. Vorige week is in Zuid-Afrika door het Gerechtshof een definitieve uitspraak gedaan over de lading van een roofschip dat vanuit Al Ajoen op weg was naar Nieuw-Zeeland met 55.000 ton hoogwaardig Saharaans fosfaat. Op de lading is  vorig jaar beslag gelegd door de Saharaanse republiek en dat beslag is natuurlijk toegewezen.
Het "koninklijke" OCP is dus in werkelijkheid een schurkachtig bedrijf dat handelt in van vluchtelingen gestolen waar, maar waar het om gaat is dat het daarbij steun krijgt van een Nederlands kroonlid van de SER.. 


woensdag 22 mei 2013

Wilders' Geinbeweging

Meneer Wilders is een parodistisch politicus. Hoewel hij Marokkanen als Mohamed Rabbae en Raja Felgata niet aan het lachen krijgt, lachen anderen  wel. Wilders is zeker een herrieschopper maar ook een uitgekookte politicus.
Daarom is het verstandig eens te kijken naar de timing van zijn laatste optreden. Dat was een wandeling door de Haagse Schilderswijk naar aanleiding van een bericht in dagblad Trouw over de Islamisering van die wijk. Het kabaal was te horen in de verste uithoeken van de Nederlandse media en leidde uiteraard tot Kamervragen. Maar uiteindelijk zal, na veel gekrakeel, niets bizonders veranderen, want er is in feite niets bizonders aan de hand. Wat een gein.

En toch is er wel wat aan de hand, met name met die Islamitische Marokkanen.
Er zijn namelijk twee militaire overeenkomsten gesloten met het Koninkrijk Marokko. Daar horen wij niets over temidden van al het gekakel over sharia in de Schilderswijk. Het zijn akkoorden waartoe is besloten in een hele andere wijk van Den Haag. Waar men discreet het stilzwijgen kan bewaren over de meest schandalige zaken. En elke afleiding welkom is, zeker uit de hoek van geinporum Wilders.

Militaire samenwerking met Marokko is op dit moment inderdaad een heikele zaak. De Marokkaanse regering verkeert in een crisis na opmerkingen van de extreem-nationalistische Istiqlal leider die niet alleen zijn  PJD collega Benkirane voor rotte vis uitmaakt maar ook heeft opgeroepen tot het veroveren van Algerijns grondgebied. De regering van Marokko heeft het overigens niet voor het zeggen want dat is de koning. En meneer Mohamed VI heeft het moeilijk door de ontwikkelingen in West-Sahara. De Saharawi zijn na de beslissing van de Veiligheidsraad om de vredesmissie met een jaar te verlengen massaal de straat opgegaan en hun ongewapende verzet wordt steeds luider. Het Marokkaanse antwoord bestaat als altijd uit grof geweld. Nu willen de Verenigde Staten graag dat er wat respect komt voor de mensenrechten maar koning Mohamed weet niet hoe dat moet. Hij heeft inmiddels een telefoontje gekregen van Obama met het verzoek om langs te komen.

Het is vreemd dat nu een militair verdrag wordt gesloten met dat land dat  de mensenrechten op grote schaal schendt, en dat op dit moment nog erger doet dan gewoonlijk. Een land dat bovendien het internationaal recht schendt door de bezetting van een groot deel van het buurland West-Sahara. Deze steun aan de Marokkaanse dictatuur is zo schandalig dat men er liever geen discussie over wil en het buiten de media houdt. En dat is gelukt, dank zij Wilders' schijnbeweging.



dinsdag 25 mei 2010

Tawiza en ontwikkelingssamenwerking


Tawiza (soms ook wel twiza of dhwiza genoemd) is het Amazigh woord voor goed nabuurschap. Op zijn Hollands gezegd betekent het gewoon dat je overweg kan met je buurman of buurvrouw. De suiker uitlenen of af en toe op de koffie gaan of desnoods een babbeltje maken over het weer (hey buurman… lekker weertje, he!). Dit is voor de meeste Nederlanders meer dan genoeg om een goede verstandhouding met de buren op te bouwen. De Imazighen uit de Rif daarentegen bouwden letterlijk aan hun relatie met hun buurtgenoten.

Veel Nederlandse Marokkanen komen uit de Rif. Een gebied wat tot aan het einde van de 20e eeuw een achtergebleven regio was. Een gebied waar de toenmalige Marokkaanse dictator-koning Hassan 2 ook nauwelijks interesse voor toonde getuige de ofwel ontbrekende danwel gebrekkige collectieve goederen ten tijde van zijn heerschappij. En dus waren de Riffijnse Imazighen op hun zelf aangewezen. Maar dat maakte hen niks uit aangezien zij voort konden bouwen op een eeuwenlange traditie van particularisme en autarkie. In dit verlengde moet men ook de traditie van de tawiza plaatsen. Die traditie hield in dat Riffijnen samen met hun buurtgenoten vrijwilligerswerk gingen doen voor de eigen gemeenschap in de dchar (= dorp). Zo konden de krachten gebundeld worden om doelmatig arbeidsintensieve werk te verrichten. Naar Hollands gezegde: vele handen maken licht werk, werden er waterputten geslagen, wegen onderhouden, irrigatiekanalen gegraven en gebouwen aangelegd. Zo zijn nagenoeg alle huizen uit mijn dchar gebouwd door mijn eigen familie in samenwerking met andere mensen uit dezelfde dchar.

Maar goed. Vrijwilligerswerk doen op een lege maag kan ook weer niet, dus werd er op de 1e dag van de tawiza altijd een dier geofferd, meestal een geit of een kip. Met aansluitend 's avonds een feestmaal. Alle (mannelijke) buren werden dan uitgenodigd om te komen eten en ook de imam is dan meestal van de partij. Na het eten wordt er dan uit de Koran gereciteerd om zo ook de baraka (= Gods zegen) uit te spreken over de tawiza. Tegenwoordig is de tawiza traditie onder de Riffijnen in Nederland behoorlijk uitgehold. Zo worden er nog altijd wel feestmalen gehouden en ook uit de Koran wordt nog steeds voorgelezen. Maar vrijwilligerswerk doen voor de eigen buurt is nog maar voor weinig Riffijnen weggelegd. Ook onder de 2e en 3e generatie Riffijnen is vrijwilligerswerk een zeldzaam verschijnsel. Blijkbaar is het vandaag de dag nog steeds moeilijk voor Riffijnen hier in Nederland om onbekende mensen te vertrouwen, laat staan vrijwilligerswerk voor te verrichten.

En dat terwijl diezelfde Nederlandse Riffijnen in Marokko juist een van de actiefste weldoeners zijn op het gebied van ontwikkelingshulp voor de Rif regio. De hoeveelheid hulpgoederen die jaarlijks vanuit de Riffijnse gemeenschap in Nederland richting herkomstgebied gaat is overweldigend. Van kleding, schoolspullen, schoolbussen, medicijnen, medische apparatuur, ambulances tot aan vuilniswagens aan toe. Echter het overgrote deel van deze vaak informele vorm van hulpverlening reikt niet verder dan de directe omgeving: neefjes, nichtjes, ooms en tantes etc. De afgelopen jaren is de hulpverlening voor de Rif gelukkig ook steeds verder geprofessionaliseerd en geformaliseerd. Desondanks valt er voor de Nederlandse NGO’s en stichtingen nog vele stappen te zetten in de Rif. Zoals zoveel organisaties die in het buitenland opereren is het in het begin altijd lastig om de juiste spullen bij de juiste mensen op het juiste tijdstip te krijgen. Al helemaal als daar de Marokkaanse bureaucratie inclusief bijkomstige corruptie boven opkomt, waardoor uiteindelijk de aangeboden hulp niet altijd efficiënt genoeg wordt ingezet.

Vandaar dat verschillende Riffijnen in Nederland al jaren met de gedachten speelden om een overkoepelende netwerk op te richten dat zich richt op ontwikkelingssamenwerking in en met Marokko. Dit idee werd versterkt door de aardbeving in el Hoceima die plaatsvond in de nacht van 23 op 24 februari 2004. Vanuit verschillende windrichtingen werd hulp aan het getroffen gebied geboden, ook vanuit Nederland. Al snel werd duidelijk dat de logistieke samenwerking met verschillende organisaties niet goed verliep en ten koste ging van de hulp aan het getroffen gebied. Anno 2010 zijn er nog steeds mensen in de getroffen regio die nog moeten wachten op beloofde hulpverlening.

Een aantal organisaties in Nederland hebben zich hierover gebogen en kwamen uit op het feit dat er behoefte is aan een organisatie die ontwikkelingssamenwerking organiseert en coördineert. Vervolgens heeft een werkgroep onder een aantal Nederlands-Marokkaanse organisaties onderzoek gedaan naar de behoefte van een landelijk coördinerende en adviserende organisatie als het gaat om ontwikkelingssamenwerking met Marokko. Dit alles en uiteraard ook met een beetje financiele hulp van Cordaid heeft uiteindelijk geresulteerd in de oprichting van het Netwerk Internationale Samenwerking Marokko (NISM) eind 2005.

Sindsdien is de organisatie vooral achter de schermen flink bezig geweest om te werken aan hun organisatie. Een organisatie die zich als doel heeft gesteld om de internationale samenwerking vanuit Nederland te stimuleren om zo het werk van de civil society in Marokko te versterken en te ondersteunen. NISM wil zowel projecten opstarten als begeleiden alsook ondersteunen. Uiteindelijk wil de NISM een belangrijke netwerkfunctie gaan vervullen voor Marokkaanse zelforganisaties.

Afgelopen vrijdag 21 Mei hield de NISM de eerste netwerkbijeenkomst van het jaar. Tijdens die bijeenkomst waren er verschillende organisaties aanwezig. Ook waren er enkele sprekers die over hun ervaringen met Marokkaanse ontwikkelingswerk kwamen vertellen. Dit waren zowel mensen en organisaties die al wat langer in het vak zitten zoals Fadma Bouchataoui van COS-Zuid-Holland; als ook degene die wat recenter zijn begonnen met ontwikkelingsprojecten voor Marokko zoals het Marokko Fonds. Na een kleine feestmaal en een korte lezing van docent Abderrahman el Aissati, was de tijd eindelijk daar om te doen wat er die avond gedaan moest worden. Namelijk netwerken voor Marokko. En om het netwerk-proces te versnellen had de NISM een bepaalde opstelling bedacht voor de aanwezigen waadoor het voor hen makkelijk werd gemaakt om vragen te stellen en vragen te beantwoorden. In dat opzichte is de 1e netwerkbijeenkomst van de NISM zeer geslaagd. Zeker wat betreft de makelaarsfunctie in de vraag en aanbod van ontwikkelingswerk, die het NISM zo graag ambieert.

Heeft u na het lezen ook vragen over ontwikkelingswerk in Marokko? Kijk dan eens op www.nism.nl

dinsdag 22 april 2008

Van Walsum: Rot Nou Maar Op

De nederlandse topdiplomaat en amateurfilosoof Peter van Walsum heeft na zijn pensionering nog een nieuwe uitdaging aangenomen bij de Verenigde Naties. Hij mag als speciaal gezant van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties de vredesonderhandelingen leiden tussen het Koninkrijk Marokko en de Saharaans Arabische Democratische Republiek. Marokko houdt tweederde van de SADR bezet, heeft de bevolking naar Algerije gejaagd en exploiteert de grondstoffen in het gebied.
Van Walsum is een beetje traag maar na een paar jaar is nu het hoge woord eruit: hij gelooft er eigelijk niet in. Peter van Walsum denkt dat een onafhankelijke Saharaanse republiek geen bestaanrecht heeft, zo bericht Al Jazeera.

De voorzitter van de Veiligheidsraad is Zuid Afrika en woordvoerder Dumisani Kumalo heeft volgens Arabisto.com opgemerkt dat de positie van Van Walsum een gevaar kan betekenen voor toekomstige vredesvoorstellen, want "hee, als we zo gaan beginnen moeten we ook de Palestijnen vertellen dat ze "realistisch" moeten zijn en hun onafhankelijke staat wel kunnen vergeten".

Voorlopig is Peter van Walsum natuurlijk wel een echte realpoliticus want de nederlandse marinewerf Schelde BV heeft drie fregatten verkocht aan Marokko. De Nederlandse Staat is garant voor 848.214.600 euro.
Peter van Walsum is echt niet bezig met vredesvoorstellen, maar heel gewoon en hollands-realistisch met achterbakse wapenhandel.

Ach Peter van Walsum: rot nou maar op.

zondag 17 februari 2008

aan: nederland@europarlement.eh

Diefjesmaat
Marokko heeft de Westelijke Sahara niet voor niets bezet. De natuurlijke rijkdommen van het gebied brengen veel geld op. Het gaat om fosfaat, uranium en vis.

Vis in de Sahara?
De Saharaanse kust is bezet door de Marokkaanse dictator Hassan II. Hij heeft de oorspronkelijke bewoners de woestijn in laten jagen. De gevluchtte Saharanen zijn opgevangen in de regio en sindsdien wonen zij in vluchtelingenkampen die worden beschermd door Algerije. Voor hun levensonderhoud zijn de vluchtelingen afhankelijk van de internationale gemeenschap. De Verenigde Naties vergaderen af en toe over dit schandaal maar zonder resultaat. Ondertussen verkoopt Marokko de natuurlijke rijkdommen uit het land. De Saharaanse fosfaat wordt afgegraven en per schip afgevoerd. De Saharaanse vis levert geld op via de verkoop van vislicenties.

Mag dat zomaar?
Deskundigen in het internationaal recht gunnen Marokko de titel van "administratieve macht" van het gebied. Op die titel kan Marokko de natuurlijke rijkdommen op de internationale markt aanbieden maar onder de voorwaarde dat de opbrengst ten goede komt aan de oorspronkelijke bevolking. En dat doet Marokko niet. De oorspronkelijke bevolking verkommert in vluchtelingenkampen.

Wat doet Nederland?
Het standpunt van Nederland is dat het internationaal recht moet worden gerespecteerd. Dat is zelfs in onze grondwet verankerd. Daarom kan door Nederland de annexatie van West Sahara niet worden erkend want het Internationaal Hof van Justitie heeft bepaald dat Marokko geen recht heeft op het gebied. Toen binnen de Europese Unie moest worden gestemd over een visserij-akkoord met Marokko waarbij de Saharaanse wateren als Marokkaans worden beschouwd heeft Nederland voor het akkoord gestemd, maar legde daarbij een verklaring af waarin wordt benadrukt dat dit geen erkenning betekent van de zeggenschap van Marokko over de Westelijke Sahara en dat de opbrengst van de visbestanden ook ten goede moet komen aan de oorspronkelijke bevolking. Hetzelfde geldt dan ook voor de fosfaat.

Het Nederlandse standpunt is gevaarlijk. Stel nu dat een Marokkaanse straatjongen een tasje steelt en het gestolen tasje verkoopt en de opbrengst aan de bestolen dame geeft. Is de diefstal dan ongedaan gemaakt? Zeker niet. Het eigendom is en blijft ontvreemd en de tasjesdief zal toch gestraft moeten worden om herhaling te voorkomen. Het goedpraten van de tasjesroof zal niemand overtuigen en op de gedupeerde zal het een verdachte indruk maken!
Zo maakt ook het Nederlandse standpunt over de grondstoffen uit de Westelijke Sahara een merkwaardige indruk.

Die indruk wordt versterkt door het gebrek aan Nederlandse belangstelling voor informatie over de opbrengst van de gestolen waar. Als men goedkeuring aan het exploiteren van Saharaanse grondstoffen koppelt aan de voorwaarde dat de opbrengst ten goede moet komen aan Saharanen dan moet men toch informeren of de opbrengst daar inderdaad terecht komt. En als dat niet het geval is dan moet daar wel een vervolg aan worden gegeven.
Dat vervolg zou moeten bestaan uit: het alsnog intrekken van de goedkeuring; het plaatsen van de gewonnen grondstoffen op een zwarte lijst van gestolen spullen, en het verhandelen verbieden; en te zorgen dat de de reeds behaalde winsten alsnog bij de rechtmatige eigenaars terechtkomen.

Als men die gevolgtrekkingen niet wil of kan maken is de gestelde voorwaarde niets anders dan kletspraat van een diefjesmaat.

Mijn vraag aan u, als Nederlandse verantwoordelijke bij de Europese Unie, is in hoeverre duidelijk is hoe het staat met de handel in de Saharaanse grondstoffen en wanneer de Saharaanse vluchtelingen hun deel van de opbrengst in ontvangst kunnen nemen.

Hoogachtend,

Mahmoud Van Kaas