De eerste van de Islamitische terreurgroepen in Noord Afrika was de Shabiba al Islamiya uit Marokko. Deze Islamitische jeugdgroep, waarvan de naam ook wordt geschreven als Chebiba islamia, had een anti-Amerikaanse, anti-Zionistische en anti-socialistische ideologie. De groep wordt verantwoordelijk gehouden voor de moord op de socialist Omar Bellejoun in 1975. Dat was Islamitische terreur in Marokko. Verschilde dat veel van de Marokkaanse overheidsterreur? Nee. Ook de Marokkaanse hofhouding was, en is berucht vanwege moorddadig optreden.
Terreur is een middel dat de Marokkaanse regering in Marokko stelselmatig heeft toegepast bij het binnenlands beleid. Het motief daarbij is de veiligheid van staat, en dat is een Islamitische staat onder leiding van een absoluut Islamitisch heerser.
Terreur is ook toegepast bij de inlijving van de Westelijke Sahara. Het binnenvallen van de Westelijke Sahara vond letterlijk plaats onder het banier van de Islam tijdens de Groene Mars. In eerste instantie waren de Spanjaarden het doelwit maar al snel werden dat de Saharanen die overigens in dezelfde God geloven als Marokkanen.
Als terreur wordt gebruikt als middel om de plaatselijke bevolking te intimideren dan kan de dader zich niet verschuilen. Een regering die angst wil opwekken kan niet tegelijkertijd de bevolking de illusie wekken bescherming te bieden. Saharanen weten wie terreur tegen ze uitoefent en waarom. Bij terreuraanslagen in het buitenland ligt dat anders.
De Shabiba al Islamiya heeft zich later opgesplitst in verschillende geheimzinnige organisaties waaronder de GICM (Groupe islamique combattant Marocain) die de aanslagen pleegde in Casablanca en Madrid en ook in Noord-Europa bekend werd.
Na de bomaanslagen in Londen werd ontdekt dat daarbij Marokkanen waren betrokken waaronder Younes Tsouli, de zoon van een Marokkaanse diplomaat.
Zijn er meer aanwijzingen dat de Islam en terrorisme door Marokko worden gebruikt als instrumenten van buitenlands beleid?
Jazeker, zegt de Spaanse hoogleraar Carlos Ruiz Miguel in een betoog waarin hij wijst op een hele reeks aanwijzingen dat de bomaanslagen in Madrid een verband hebben met de voormalige Spaanse Sahara. Toch kwam de Marokkaanse Sultan in Spanje de herdenking van de slachtoffers bijwonen en hij werd daar zelfs toegejuicht.
"In Nederland heeft in 2004, na de moord op filmmaker Theo van Gogh door een Islamiet van Marokkaanse afkomst, Frits Bolkestein, lid van de Europese Commissie geëist dat de Sultan van Marokko het moslim extremisme aan de kaak zou stellen en heel duidelijk moet maken dat Marokko geen exporteur van moordenaars wil worden." "¿Quién es el Bolkestein español?" vraagt de hoogleraar. Wie is de Spaanse Bolkestein?
In Nederland is de vraag: wie is Bolkestein's opvolger? Wie durft hier te eisen dat het Marokkaans beleid voortaan geen spoor van dreiging met terreur meer zal bevatten? Niet tegen Marokkanen, Saharanen, Algerijnen of Europeanen. Er zijn weinig kandidaten. Aan de linkerzijde is er niemand die zich uitspreekt tegen zakendoen met het corrupte Marokkaanse hof. Aan de rechterzijde is het zeker niet Hans van Baalen, want die wil de Sultan maar al te graag de Westelijke Sahara cadeau doen.
Eigelijk is er maar één politicus die Islamitische terreur op zijn agenda heeft en dat is Geert Wilders. En dat is de partij waartegen een cordon sanitaire dreigt te worden ingesteld. Dat is jammer en speelt de Sultan in de kaart. Want deze single-issue partij bestaat bij de gratie van de strijd tegen politieke terreur uit, met name, Marokko. Socialisten, vooral van Marokkaanse afkomst, kunnen op dat punt volledig met Wilders samenwerken. Zodat Wilders samen met de linkerzijde, en de goedwillende liberalen, een actieprogramma kan opstellen waarmee de Marokkaanse politiek gedwongen wordt afstand te nemen van de Islamitische Jeugd-idealen en zich gaat houden aan het internationaal recht. En zich terugtrekt uit de Westelijke Sahara.
zaterdag 16 mei 2009
maandag 4 mei 2009
vergeten en verzwijgen
Op het Allochtonenweblog wijst Ewoud Butter op de belangrijke plaats van de Islam in de Nederlandse koloniale geschiedenis. Die werd goed duidelijk in 1873 toen het Sultanaat Atjeh zich niet liet verslaan. Dat is in Nederland vrijwel vergeten maar in Atjeh allerminst. De Atjenese strijd tegen het Koninkrijk der Nederlanden kwam niet ten einde met de gevangenneming van de Queen of Jihad in 1901. De strijd is altijd doorgegaan, zelfs tot na de Indonesische onafhankelijkheid. Daarna laaide de strijd weer op tegen Suharto die in Atjenese ogen een marionet was van de oude vijand.
De zeer wrede Nederlandse strijd tegen de Atjenese Islam geniet weinig belangstelling en wordt vergeten. Wat ook wordt vergeten, en ook wordt verzwegen, is de holocaust van 1965-1966. In die periode zijn de linkse Indonesische partijen vernietigd onder leiding van de massamoordenaar Suharto die met Nederlandse steun zeer lang aan de macht is gebleven. Verantwoordelijk voor het bloedbad waren Indonesische Islamitische politieke groepen die samenwerkten met het Indonesische leger. De samenwerking tussen Nederlandse rechts-christelijke politieke groepen met het Islamitisch fascisme dat toen langdurig de macht overnam was innig maar men wil daar niet aan worden herinnerd.
De politieke situatie in Indonesia lijkt op de Marokkaanse. In Indonesia is de massamoord van 1965-66 nog steeds taboe - het is niet vergeten maar de daders hebben nog de macht dus er wordt over gezwegen en discussie wordt gesmoord. Net als in Marokko het verjagen van de Saharanen uit de Westelijke Sahara taboe is en elke discussie wordt gesmoord, tot in de Marokkaanse emigratielanden aan toe. In Nederland wordt binnenkort 40 jaar Marokkaanse immigratiegeschiedenis herdacht en er zal geen ruimte zijn voor het taboe-onderwerp net zomin als op het "nationaal islamcongres". En ook de samenwerking tussen het Islamitisch fascisme in Marokko en rechts-christelijke groepen in Nederland houdt men liever onder het tapijt.
Vandaag is 4 mei, de dag waarop in Nederland nationaal wordt herdacht. In de woorden van het Nationaal Comité: zijn dat "momenten waarop we met elkaar stilstaan bij slachtoffers van oorlogsgeweld en onvrijheid en we ons realiseren hoe kwetsbaar de vrijheid is." Indonesische, Marokkaanse of Saharaanse slachtoffers van Nederlands en Islamitisch fascisme worden niet genoemd. Alweer een jaar waarin een kans is gemist.
De zeer wrede Nederlandse strijd tegen de Atjenese Islam geniet weinig belangstelling en wordt vergeten. Wat ook wordt vergeten, en ook wordt verzwegen, is de holocaust van 1965-1966. In die periode zijn de linkse Indonesische partijen vernietigd onder leiding van de massamoordenaar Suharto die met Nederlandse steun zeer lang aan de macht is gebleven. Verantwoordelijk voor het bloedbad waren Indonesische Islamitische politieke groepen die samenwerkten met het Indonesische leger. De samenwerking tussen Nederlandse rechts-christelijke politieke groepen met het Islamitisch fascisme dat toen langdurig de macht overnam was innig maar men wil daar niet aan worden herinnerd.
De politieke situatie in Indonesia lijkt op de Marokkaanse. In Indonesia is de massamoord van 1965-66 nog steeds taboe - het is niet vergeten maar de daders hebben nog de macht dus er wordt over gezwegen en discussie wordt gesmoord. Net als in Marokko het verjagen van de Saharanen uit de Westelijke Sahara taboe is en elke discussie wordt gesmoord, tot in de Marokkaanse emigratielanden aan toe. In Nederland wordt binnenkort 40 jaar Marokkaanse immigratiegeschiedenis herdacht en er zal geen ruimte zijn voor het taboe-onderwerp net zomin als op het "nationaal islamcongres". En ook de samenwerking tussen het Islamitisch fascisme in Marokko en rechts-christelijke groepen in Nederland houdt men liever onder het tapijt.
Vandaag is 4 mei, de dag waarop in Nederland nationaal wordt herdacht. In de woorden van het Nationaal Comité: zijn dat "momenten waarop we met elkaar stilstaan bij slachtoffers van oorlogsgeweld en onvrijheid en we ons realiseren hoe kwetsbaar de vrijheid is." Indonesische, Marokkaanse of Saharaanse slachtoffers van Nederlands en Islamitisch fascisme worden niet genoemd. Alweer een jaar waarin een kans is gemist.
dinsdag 7 april 2009
Een uniek debat in Amsterdam
De Westelijke Sahara en het recht op zelfbeschikking, een uniek debat
Amsterdam, 6 april 2009 - De voormalig vice-voorzitter van de VN Vredesmissie voor de Westelijke Sahara, Frank Ruddy, beschrijft de kwestie van de Westelijke Sahara als "Marokko's schaamteloze landroof die elke zeggenschap van de Saharawi's over hun eigen toekomst aan hen heeft ontnomen". De Marokkaanse overheid stelt zich echter op het standpunt dat de Westelijke Sahara onderdeel uitmaakt van het Marokkaanse grondgebied. Deze tegenstelling is karakteristiek voor de kloof tussen het internationaal recht en de huidige situatie in de Westelijke Sahara. Het is deze kloof die aan de basis ligt van het debat over de Westelijke Sahara van 20 april aanstaande, georganiseerd door de volkenrechtskring op de rechtenfaculteit van de Universiteit van Amsterdam.
Achtergrond
In 1975 heeft het Internationaal Gerechtshof, op verzoek van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties een advies uitgebracht over de status van de Westelijke Sahara. Hierin stelde het Hof dat de feiten "geen bewijs leverden voor een band van territoriale soevereiniteit tussen de Westelijke Sahara en het Koninkrijk Marokko". In het advies sprak het Hof tevens zijn goedkeuring uit over een resolutie van de Verenigde Naties die zag op de dekolonisatie van de Westelijke Sahara en het recht op zelfbeschikking middels vrije en onafhankelijke uiting van de wil van de bevolking in de Westelijke Sahara. Marokko is de Westelijke Sahara onmiddellijk na de uitspraak van het Hof binnengevallen. Nu, 34 jaar na dato, duurt de bezetting nog steeds voort.
Het debat van 20 april 2009
In het debat zullen de panelleden allereerst afzonderlijk ingaan op hun visie aangaande de kwestie van de Westelijke Sahara. Daarna gaan ze met elkaar in debat over de huidige situatie in het gebied en een mogelijke oplossing voor de kwestie. Tot slot zal er aan het einde van het debat gelegenheid zijn tot het stellen van vragen.
De panelleden in het debat
Prof. Christine Chinkin is een autoriteit in het internationaal recht. Zij is professor Internationaal Recht aan de gerenommeerde London School of Economics and Political Science (LSE). Zij heeft deze leerstoel overgenomen van Rosalyn Higgins, thans president van het Internationaal Gerechtshof. Daarnaast bekleedt prof. Chinkin diverse nevenfuncties in een aantal internationale organisaties. Zij heeft een ongeëvenaarde staat van dienst als het gaat om vrouwenrechten in de internationale rechtsorde. Prof. Chinkin doceert onder andere het vak International Dispute Resolution aan LSE.
Prof. Abdelhamid El Ouali is professor in de Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Casablanca. In zijn boek, Saharan Conflict: Towards Territorial Autonomy as a Right to Democratic Self-Determination, onderschrijft hij de stelling van Marokko dat de Westelijke Sahara deel uitmaakt van het Koninkrijk Marokko. Het feit dat een vertegenwoordiger van het Marokkaanse standpunt zal deelnemen aan het debat, maakt het tot een unieke gebeurtenis.
Drs. Pedro Pinto Leite is Secretaris-Generaal van het International Platform of Jurists for East Timor (IPJET). Hij is een internationaal expert op het terrein van zelfbeschikkingsrecht en het is mede dankzij de inzet van IPJET dat Oost-Timor thans een onafhankelijke staat is. Tegenwoordig houdt de heer Pinto Leite in het kader van zijn werkzaamheden voor IPJET, zich voornamelijk bezig met de Westelijke Sahara. Ook was hij, samen met Karin Arts, redacteur van een boek over de Westelijke Sahara, getiteld International Law and the Question of Western Sahara.
Het debat zal worden geleid door dr. Catherine Brölmann, universitair hoofddocent Internationaal Recht aan de Universiteit van Amsterdam en research fellow bij de Amsterdam Center for International Law. Zij is ook onderzoeker bij de Ius Commune Onderzoekschool. Daarnaast is Dr. Brölmann universiteitscoördinator van de onderzoeksmaster International Rule of Law.
Tijdstip en plaats debat
Datum: maandag 20 april 2009
Aanvangstijd: 19.00 uur
Locatie: Rechtenfaculteit Universiteit van Amsterdam, Oudemanhuispoort
Zaal: D109
Nadere informatie
Voor meer informatie of vragen over dit debat, kunt u contact opnemen met:
Volkenrechtskring, Amsterdam Student Association of International Law
Oudemanhuispoort 4-6
1012 CN Amsterdam
Telefoon: 020 525 2059
Relevante literatuur over de Westelijke Sahara:
Amsterdam, 6 april 2009 - De voormalig vice-voorzitter van de VN Vredesmissie voor de Westelijke Sahara, Frank Ruddy, beschrijft de kwestie van de Westelijke Sahara als "Marokko's schaamteloze landroof die elke zeggenschap van de Saharawi's over hun eigen toekomst aan hen heeft ontnomen". De Marokkaanse overheid stelt zich echter op het standpunt dat de Westelijke Sahara onderdeel uitmaakt van het Marokkaanse grondgebied. Deze tegenstelling is karakteristiek voor de kloof tussen het internationaal recht en de huidige situatie in de Westelijke Sahara. Het is deze kloof die aan de basis ligt van het debat over de Westelijke Sahara van 20 april aanstaande, georganiseerd door de volkenrechtskring op de rechtenfaculteit van de Universiteit van Amsterdam.
Achtergrond
In 1975 heeft het Internationaal Gerechtshof, op verzoek van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties een advies uitgebracht over de status van de Westelijke Sahara. Hierin stelde het Hof dat de feiten "geen bewijs leverden voor een band van territoriale soevereiniteit tussen de Westelijke Sahara en het Koninkrijk Marokko". In het advies sprak het Hof tevens zijn goedkeuring uit over een resolutie van de Verenigde Naties die zag op de dekolonisatie van de Westelijke Sahara en het recht op zelfbeschikking middels vrije en onafhankelijke uiting van de wil van de bevolking in de Westelijke Sahara. Marokko is de Westelijke Sahara onmiddellijk na de uitspraak van het Hof binnengevallen. Nu, 34 jaar na dato, duurt de bezetting nog steeds voort.
Het debat van 20 april 2009
In het debat zullen de panelleden allereerst afzonderlijk ingaan op hun visie aangaande de kwestie van de Westelijke Sahara. Daarna gaan ze met elkaar in debat over de huidige situatie in het gebied en een mogelijke oplossing voor de kwestie. Tot slot zal er aan het einde van het debat gelegenheid zijn tot het stellen van vragen.
De panelleden in het debat
Prof. Christine Chinkin is een autoriteit in het internationaal recht. Zij is professor Internationaal Recht aan de gerenommeerde London School of Economics and Political Science (LSE). Zij heeft deze leerstoel overgenomen van Rosalyn Higgins, thans president van het Internationaal Gerechtshof. Daarnaast bekleedt prof. Chinkin diverse nevenfuncties in een aantal internationale organisaties. Zij heeft een ongeëvenaarde staat van dienst als het gaat om vrouwenrechten in de internationale rechtsorde. Prof. Chinkin doceert onder andere het vak International Dispute Resolution aan LSE.
Prof. Abdelhamid El Ouali is professor in de Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Casablanca. In zijn boek, Saharan Conflict: Towards Territorial Autonomy as a Right to Democratic Self-Determination, onderschrijft hij de stelling van Marokko dat de Westelijke Sahara deel uitmaakt van het Koninkrijk Marokko. Het feit dat een vertegenwoordiger van het Marokkaanse standpunt zal deelnemen aan het debat, maakt het tot een unieke gebeurtenis.
Drs. Pedro Pinto Leite is Secretaris-Generaal van het International Platform of Jurists for East Timor (IPJET). Hij is een internationaal expert op het terrein van zelfbeschikkingsrecht en het is mede dankzij de inzet van IPJET dat Oost-Timor thans een onafhankelijke staat is. Tegenwoordig houdt de heer Pinto Leite in het kader van zijn werkzaamheden voor IPJET, zich voornamelijk bezig met de Westelijke Sahara. Ook was hij, samen met Karin Arts, redacteur van een boek over de Westelijke Sahara, getiteld International Law and the Question of Western Sahara.
Het debat zal worden geleid door dr. Catherine Brölmann, universitair hoofddocent Internationaal Recht aan de Universiteit van Amsterdam en research fellow bij de Amsterdam Center for International Law. Zij is ook onderzoeker bij de Ius Commune Onderzoekschool. Daarnaast is Dr. Brölmann universiteitscoördinator van de onderzoeksmaster International Rule of Law.
Tijdstip en plaats debat
Datum: maandag 20 april 2009
Aanvangstijd: 19.00 uur
Locatie: Rechtenfaculteit Universiteit van Amsterdam, Oudemanhuispoort
Zaal: D109
Nadere informatie
Voor meer informatie of vragen over dit debat, kunt u contact opnemen met:
Volkenrechtskring, Amsterdam Student Association of International Law
Oudemanhuispoort 4-6
1012 CN Amsterdam
Telefoon: 020 525 2059
Relevante literatuur over de Westelijke Sahara:
- K. Arts en P. Pinto Leite, International Law and the Question of Western Sahara, IPJET, 2007
- A. El Ouali, Saharan Conflict: Towards Territorial Autonomy as a Right to Democratic Self-Determination, Stacey International, 2008
- Human Rights Watch, Human Rights in Western Sahara and in the Tindouf Refugee Camps, 2008
- Internationaal Gerechtshof, Western Sahara, Advisory Opinion, I.C.J. Reports 1975, p. 12,
maandag 30 maart 2009
Aktieve opsporing
Nederlandse ambtenaren voeren een aktief opsporingsbeleid naar Nederlanders die vallen onder de nieuwe Marokkaanse nationaliteitswet. De vondsten worden geregistreerd als Marokkaans onderdaan. De betreffende onderdanen wordt daarbij niets gevraagd. De VVD stelt kamervragen.
Nederlanders die ongevraagd en ongewild Marokkaan worden. Dit doet sterk denken aan de wijze waarop Marokko met Saharanen om wil gaan. Ook die worden beschouwd als Marokkaans onderdaan, ook de Saharanen die voor Marokko zijn gevlucht naar Algerije, of naar elders. Zelfs zij die hun land hebben verdedigd tegen de Marokkaanse agressie worden beschouwd als "Marokkaan" hoewel die het etiket "landverrader" erbij opgeplakt krijgen. Maar ze mogen altijd terugkomen om alsnog onderdaan te worden. Algerije, het land waar veel Saharanen naartoe zijn gevlucht, zal Saharaanse vluchtelingen echter niet gaan registreren zoals Nederland dat wel doet.
Nederlanders die ongevraagd en ongewild Marokkaan worden. Dit doet sterk denken aan de wijze waarop Marokko met Saharanen om wil gaan. Ook die worden beschouwd als Marokkaans onderdaan, ook de Saharanen die voor Marokko zijn gevlucht naar Algerije, of naar elders. Zelfs zij die hun land hebben verdedigd tegen de Marokkaanse agressie worden beschouwd als "Marokkaan" hoewel die het etiket "landverrader" erbij opgeplakt krijgen. Maar ze mogen altijd terugkomen om alsnog onderdaan te worden. Algerije, het land waar veel Saharanen naartoe zijn gevlucht, zal Saharaanse vluchtelingen echter niet gaan registreren zoals Nederland dat wel doet.
donderdag 19 maart 2009
Fugro : een militaire onderaannemer
Het Nederlandse bedrijf Fugro zoekt naar olie. Het Noorse dochterbedrijf Fugro-Geoteam zoekt naar olie voor de kust van de Westelijke Sahara, het gebied dat illegaal is geannexeerd door Marokko. Dat doen zij in opdracht van het Amerikaanse bedrijf Kosmos Energy, dat een licentie heeft gekocht van de Marokkaanse overheid voor het gebied waar mogelijk olie zit en dat bekend staat als de Boujdour offshore blocks 1-23. De Noorse onderzoeksgroep Norwatch heeft een document ontdekt waaruit duidelijk wordt dat de Marokkaanse marine is ingeschakeld bij de zoektocht van Fugro.
Fugro is ingeschakeld bij een marine operatie van Marokko. Het Nederlandse bedrijf maakt zich daarmee schuldig aan de voorbereiding op de illegale plundering van Saharaanse grondstoffen.
De levering van Nederlandse oorlogsschepen aan Marokko komt hiermee in een ander daglicht te staan. Zij worden geleverd onder het voorwendsel dat de Marokkaanse marine met de schepen de stroom vluchtelingen naar Europa kan tegengaan. Maar tegen de tijd dat de fregatten zullen worden geleverd zal men klaar zijn voor het bouwen van de productieplatforms in zee. Het bouwen of in gebruik nemen van die olieboorplatforms kan voor de Saharanen een reden zijn het bestand te verbreken. En dan komen die fregatten van pas voor Marokko en zijn bondgenoten bij het plunderen.
dinsdag 10 maart 2009
Actieprogramma Nederland Marokko

Bij het bezoek dat minister Verhagen vorig jaar bracht aan het Noord Afrikaanse Sultanaat dat het Koninkrijk Marokko wordt genoemd werd een feestelijk actieplan gepresenteerd: het Actieprogramma Nederland Marokko (pdf) dat verder niet in het nieuws is geweest. Toch staan er wel opmerkelijke zaken in. Zoals:
Beide partijen bevestigen hun voornemen de samenwerking op defensiegebied voort te zetten. Bij het intensiveren van militaire samenwerking kan gedacht worden aan terrorismebestrijding, alsmede opleiding en training. In het kader van opleiding en training bestaat aan NL zijde behoefte aan oefenterreinen in Marokko, met name voor helikopters, mede in het kader van de voorbereiding van Nederlandse troepen op de inzet bij vredesoperaties.Nederlandse vredesoefeningen met helicopters van het leger? Men bedoelt de Apache gevechtshelicopters die in Afghanistan worden ingezet voor de vredesmissie aldaar: een vrede die men wil bereiken door het Afghaanse verzet definitief te verslaan, cq allemaal dood te schieten. Ingewikkelder is het niet, dat nederlandse "vredeswerk".
Scrupules noch principes zullen deze nederlandse regering hinderen. Er worden ook marine korvetten aan het Marokkaanse Sultanaat verkocht, inclusief opleiding.
zondag 8 maart 2009
Saharaans meisje verkracht door Marokkaanse agenten
Volgens het Marokkaans Persburo MAP is de 16-jarige Saharaanse scholiere Hayat Rguibi niet door de Marokkaanse politie verkracht omdat haar vader heeft verklaard dat zij niet is ontvoert en verkracht.
Het Saharaanse persburo SPS wijst daarentegen op de verklaring die de scholiere zelf heeft afgelegd. En de Saharaanse journalistenbond UPES linkt naar haar verklaring die met video is opgenomen en op Youtube staat. De Saharaanse mensenrechtenorganisatie ASVDH publiceert een Engelse vertaling.
Het Spaanse blog de Um Draiga komt met medische documenten die zijn opgesteld na de verkrachting.
De SWS publiceerde het verhaal al op 24 februari in het Nederlands.
Een Saharaans meisje zegt dat ze is verkracht door Marokkaanse agenten en haar vader verklaart tegen de Marokkaanse overheid dat er niets is gebeurd. Het is de trieste werkelijkheid van de gewelddadige bezetting in de Westelijke Sahara waar geen plaats mag zijn voor zelfbeschikking.
Aanvulling 11-03-09: De Noorse steungroep bericht dat het slachtoffer geen 16 jaar maar 19 jaar oud is. Het medische rapport dat is opgesteld bespreekt verwondingen aan ondere andere haar armen en rug maar zij heeft de arts geen toestemming gegeven om andere delen van haar lichaam te onderzoeken. Verder blijkt het slachtoffer aangifte te hebben gedaan tegen de politieagenten. Reeds de dag daarna heeft het Marokkaanse ministerie van Binnenlandse (!!) Zaken volgens persburo Reuters ontkent dat er een meisje verkracht, opgepakt of zelfs ondervraagd zou zijn.
Het Saharaanse persburo SPS wijst daarentegen op de verklaring die de scholiere zelf heeft afgelegd. En de Saharaanse journalistenbond UPES linkt naar haar verklaring die met video is opgenomen en op Youtube staat. De Saharaanse mensenrechtenorganisatie ASVDH publiceert een Engelse vertaling.
Het Spaanse blog de Um Draiga komt met medische documenten die zijn opgesteld na de verkrachting.
De SWS publiceerde het verhaal al op 24 februari in het Nederlands.
Een Saharaans meisje zegt dat ze is verkracht door Marokkaanse agenten en haar vader verklaart tegen de Marokkaanse overheid dat er niets is gebeurd. Het is de trieste werkelijkheid van de gewelddadige bezetting in de Westelijke Sahara waar geen plaats mag zijn voor zelfbeschikking.
Aanvulling 11-03-09: De Noorse steungroep bericht dat het slachtoffer geen 16 jaar maar 19 jaar oud is. Het medische rapport dat is opgesteld bespreekt verwondingen aan ondere andere haar armen en rug maar zij heeft de arts geen toestemming gegeven om andere delen van haar lichaam te onderzoeken. Verder blijkt het slachtoffer aangifte te hebben gedaan tegen de politieagenten. Reeds de dag daarna heeft het Marokkaanse ministerie van Binnenlandse (!!) Zaken volgens persburo Reuters ontkent dat er een meisje verkracht, opgepakt of zelfs ondervraagd zou zijn.
Abonneren op:
Posts (Atom)