donderdag 22 juli 2010

Marokkaanse mishandelingen gaan door



De getuigenis van Kalthoum Lbsair:

Ik arriveerde zondagochtend 18 juli in El-Aaiun per taxi vanuit Smara.
Ik kwam om de delegatie van mensenrechtenactivisten welkom te heten die net terug kwamen van een bezoek aan de Saharaanse vluchtelingenkampen in Algerije.
Ik ging eerst naar het huis van mijn oom in de buurt van Al'Ina'ach.
Rond 18.00 uur ging ik naar het huis van Othman N'dour, een lid van de delegatie, waar zijn familie supporters en sympathisanten ontving voor het welkomst onthaal.
Toen ik aankwam bij de Boukraa laan, was ik verrast door tientallen politieauto's rond het huis van de familie van de heer N'Dour.
Er waren ook tientallen agenten in burger van verschillende Marokkaanse veiligheidsdiensten en inlichtingendiensten.
Aangezien veel van de Marokkaanse politieagenten agressief gedrag vertoonden besloot ik naar het huis van een familielid te gaan daar in de buurt.
Een uur later hoorden we gekrijs en gingen we naar buiten om te zien wat er aan de hand was.
De politie achtervolgde Saharaanse burgers om hen te intimideren en uit elkaar te jagen.
Ik rende naar de Boukraa Avenue waar ik vanuit de verte de toestand wilde overzien. Ik was met tientallen andere Saharanen die ook in afwachting waren van de aankomst van de leden van de delegatie.
We werden weer verrast door politieagenten in burger die ons een auto in jaagden.
Een van hen sloeg me in de neus. Ik bloedde veel en ik viel flauw.
Toen ik bij kwam zocht ik de persoon die me had geslagen om te vragen waarom hij dat had gedaan.
Hij was met een groep in burgerkleding en in uniform, ze beledigden en schopten me, en schreeuwden woorden die ik niet begreep. Hij liet me op de weg liggen.
Een van de Saharaanse burgers hielp me overeind en ik liep met hem mee naar zijn huis.
Hij behandelde mijn wonden zo goed als hij maar kon.

Sommige mensenrechten activisten raadden me aan om een klacht in te dienen bij de procureur-generaal van de Marokkaanse koning. Ik heb het niet gedaan want ik heb al verschillende klachten ingediend waarop niet is gereageerd.

Vertaling van: Testimony of Kalthoum Lbsair: recent victim of Moroccan police brutality


Deze foto hoort bij: Saharawiwomen.blogspot.com Saharawi women condemn the brutal repression

Meer informatie over deze gebeurtenissen in El Aaiun is te vinden bij de Saharaanse schrijversunie UPES

maandag 19 juli 2010

Jamaa, een Christen in Marokko


Het verhaal van Jamaa: Na een studie politieke wetenschappen in Rabat verhuist de Marokkaan Jamaa naar Europa waar hij zich bekeerd tot het christendom. In 1993 vraagt hij politiek asiel aan in Nederland, maar dat wordt afgewezen en als zijn visum verloopt wordt Jamaa uitgezet naar Marokko. Jamaa keert dan terug naar zijn dorp. Zijn familie denkt dat zijn bekering tot het Christendom het gevolg was van een geloofscrisis die wel over zal gaan. In 1994 zit hij zeven maanden in de gevangenis op beschuldiging van "proselitisme" (bekeringsactiviteit, strafbaar in Marokko) en vervolgens wordt hij gedwongen opgenomen in de psychiatrische inrichting van Inezgane hoewel hij geen mentale instabiliteit heeft. Twee jaar later wordt hij opnieuw vervolgd voor het opzetten van een christelijk kruis op de openbare weg en daarvoor gaat hij een jaar naar de gevangenis.

Na zijn vrijlating wordt Jamaa afgewezen door zijn familie en gedwongen zijn geboortedorp te verlaten. Hij verhuist naar de stad Massa. Hij weigert te buigen voor de druk om zich te bekeren tot de Islam. Integendeel, hij zet bijbelverzen en kruizen in de etalage van zijn winkel. Als Jamaa twee rondslingerende houten palen verbrand wordt hij opgepakt op beschuldiging van de "vernietiging van de goederen van anderen" en opnieuw van "proselitisme", strafbare bekeringsactiviteit. Het hof van Agadir veroordeeld hem op 28 december 2005 tot 15 jaar gevangenisstraf.

Deze informatie komt van de Amerikaanse Prisoners focus waar men ook een petitie kan tekenen die is gericht aan de Marokkaanse ambassadeur in Washington. Wil je meer weten? Dan moet je bij het International Christian Concern zijn:
ICC is a Washington-DC based human rights organization that exists to help persecuted Christians worldwide. ICC provides Awareness, Advocacy, and Assistance to the worldwide persecuted Church. For additional information or for an interview, contact ICC at 800-422-5441 or 301-585-5915.

Verder heeft Minister Verhagen van Buitenlandse Zaken gisteren in een brief uitgelegd wat de stand van zaken is rond de golf van uitzettingen van christenen in Marokko.

vrijdag 16 juli 2010

De PvdA moet naar de Westelijke Sahara

In de gemeente Weert is een relletje ontstaan toen een plan van het PvdA-raadslid Malika Zaâboul voor een studiereis naar Marokko ter ore kwam van andere partijen, zoals de SP.
De reis zou worden gemaakt op uitnodiging, en op kosten van de Marokkaanse overheid. Er zou een bezoek worden gebracht aan de Westelijke Sahara dat door Marokko wordt bezet.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft "zeer verbaasd" gereageerd op het nieuws. Buitenlandse Zaken wist van niks terwijl er afspraken waren gemaakt met de Marokkaanse regering dat alle activiteiten die Marokko ontplooit richting Nederlanders van Marokkaanse afkomst transparant moeten zijn.
„Omdat het in deze kwestie gaat om een programma in de zuidelijke provincies, de Westelijke Sahara, lijkt het er op dat de Marokkaanse overheid haar standpunt over dit gebied wil uitdragen en haar gasten daarmee beïnvloeden.”

Het gaat volgens Buitenlandse Zaken niet om een onschuldig studiereisje maar om lobbywerk, een propagandastunt van de militaire bezetters van de Westelijke Sahara, waarvoor het in Marokko geboren PvdA-raadslid werd ingeschakeld. Het is heimelijke inmenging van een buitenlandse mogendheid in gemeentelijke zaken. Dat is wat waar de AIVD tegen waarschuwt. Is Malika Zaâboul onschuldig, een beetje dom, en niet goed begeleid door de PvdA? Was zij welbewust actief voor de Marokkaanse regering met instemming van de PvdA? Het zijn te scherpe vragen die men liever laat liggen.

Een studiereis die op smoezelige wijze is geregeld maakt een onprettige indruk maar het had ook anders gekund : open en transparant waarbij rekening is gehouden met het Nederlandse standpunt over de kwestie van de Westelijke Sahara.
Nederlandse ambtenaren moeten respect uitdragen voor het internationaal recht en daarom zou men moeten kunnen uitleggen waarom Nederland de souvereiniteit van Marokko over de Westelijke Sahara niet erkend. Ook mevrouw Zaâboul moet dat kunnen uitleggen, zeker tijdens een studiereis in de Westelijke Sahara! Van alle Nederlandse officials kan worden verwacht dat zij de Nederlandse normen en waarden uitdragen met betrekking tot de mensenrechten. In dat kader past een bezoek aan een Saharaanse mensenrechtenorganisatie. En tijdens een echte studiereis zouden Nederlandse gezagdragers een bezoek moeten brengen aan de VN-missie die toezicht houdt op het bestand in het gebied. Waarom organiseert de PvdA niet zo een reis voor ALLE PvdA bestuurders van Marokkaanse afkomst? De Saharanen zouden er vast en zeker geen bezwaar tegen hebben.

Ondertussen wordt op de website van de PvdA niet gesproken over de Westelijke Sahara maar over de "Zuidelijke streek" en dat is hetzelfde maar dan in het jargon van de Marokkaanse bezetter. De PvdA durft dus niet eens het beestje bij de naam te noemen.
Een studiereis zal voor de PvdA dus echt heel nuttig zijn. En het zal ook het begrip voor de Marokkaanse gemeenschap in Nederland vergroten die immers te lijden heeft van een verkrampt en opgefokt nationalisme waarmee de bezetting mentaal wordt ondersteund.

donderdag 8 juli 2010

Failed state

De Westelijke Sahara kan niet onafhankelijk worden omdat het zal mislukken, het zal zogezegd een Failed State worden, zo verzekeren deskundigen in de USA. Is dat zo?

De deskundigen in kwestie zijn:
Beide deskundigen vinden het onwenselijk dat er een falende staat zal ontstaan uit de onafhankelijkheid van de Westelijke Sahara en zijn daarom voorstander van de Marokkaanse bezetting van de Westelijke Sahara. De gedachte is dat Al Kaida voordeel heeft van falende staten en zich daar kan verbergen. Beide deskundigen gaan makkelijk voorbij aan het feit dat de Westelijke Sahara voor een deel al is bevrijd van Marokkaanse bezetting en dat, voor zover bekend, uit dat gebied geen Islamitische terroristen komen. En die komen ook niet uit de Saharaanse vluchtelingenkampen. Maar Islamitisch-fundamentalistische terroristen komen wel uit Marokko. Is Marokko dan een "failed state"?

Die vraag moet worden beantwoord door andere Noord-Amerikaanse deskundigen die werken bij het Fund for Peace. Die gebruiken speciale software waarmee ze de wereldranglijst van falende staten maken. Eerste op de lijst staat Somalië. Marokko staat in de middenmoot op de 91e plaats met 77 punten. Nederland zit goed op de 167e plaats met 27.9 punten. De Westelijke Sahara staat er niet op want alleen staten die lid zijn van de Verenigde Naties worden meegeteld.

Is het mogelijk om de Failed State-software aan te passen om de Saharaanse republiek zelf langs de meetlat te leggen? Het software-pakket heet CAST en is "the exclusive property of the Fund for Peace". Bij de software hoort de volgende waarschuwing: The CAST methodology is copyrighted. The CAST software is patent approved.
Het is dus niet mogelijk om het computerprogramma aan te passen. Het is geen vrije software en er kan daarom lastig worden gecontroleerd of er fouten in het pakket zitten zoals programmeerfouten of verkeerde uitgangspunten.

De titel "failed state" is uiteindelijk gebaseerd op de uitkomst van een geheim computerprogramma. Dat is verontrustend want het etiket wordt gezien als een houthakkerskruis op een boom. Het geheime CAST-programma wordt gebruikt door Noord-Amerikaanse instellingen die beslissen over oorlog en vrede en ook ... door de Nederlandse regering:
"Agencies and organizations that have utilized CAST or the methodology include the US State Department, the Government of the Netherlands, the US Army Peacekeeping Institute, the Clingendael Institute, the US Defense Advanced Research Projects Agency (DARPA) and several universities."

donderdag 17 juni 2010

Saharaanse sleept Noors filmfestival voor rechter



STOLEN is een documentaire film die met Australisch geld is gemaakt in Saharaanse vluchtelingenkampen en Marokko. In de film worden slavernijpraktijken aan de kaak gesteld die in de vluchtelingenkampen zouden heersen. In de film wordt de Sahraanse mevrouw Fetim Salam Hamdi neergezet als een slaaf. Zij is daar echter niet van gediend. Tijdens de première van de film in Australië was ze aanwezig om haar ongenoegen te laten blijken en dat werd een hele rel. De documentairemakers weten echter van geen wijken en hebben een website aan hun waarheid gewijd.
In Nederland is de leugenachtige productie te zien geweest op het IDFA waar men kennelijk met genoegen anti-Polisario propaganda verspreid. Er is op het web een kleine discussie over ontstaan.
In Noorwegen is een nieuwe fase aangebroken. De film staat vandaag geprogrammeerd op een festival maar Fetim wil niet langer als slaafje dienen in de leugenachtige film en stapt naar de rechter. De leugens zijn grondig gedocumenteerd. Verder hebben de Noorse steunorganisaties voor Saharaanse vluchtelingen kennelijk fondsen voor een advocaat gevonden. Uitstekend werk! Hadden we in Nederland maar zulke mensen...

update: Fetim heeft de rechtzaak verloren die namens haar was aangespannen door de Noorse steungroep. De mensen achter de film laten van hun blijdschap weten via Twitter. Ze gebruiken overigens voor hun twitter-profiel een foto van Leil, het dochtertje van Fetim.

dinsdag 25 mei 2010

Tawiza en ontwikkelingssamenwerking


Tawiza (soms ook wel twiza of dhwiza genoemd) is het Amazigh woord voor goed nabuurschap. Op zijn Hollands gezegd betekent het gewoon dat je overweg kan met je buurman of buurvrouw. De suiker uitlenen of af en toe op de koffie gaan of desnoods een babbeltje maken over het weer (hey buurman… lekker weertje, he!). Dit is voor de meeste Nederlanders meer dan genoeg om een goede verstandhouding met de buren op te bouwen. De Imazighen uit de Rif daarentegen bouwden letterlijk aan hun relatie met hun buurtgenoten.

Veel Nederlandse Marokkanen komen uit de Rif. Een gebied wat tot aan het einde van de 20e eeuw een achtergebleven regio was. Een gebied waar de toenmalige Marokkaanse dictator-koning Hassan 2 ook nauwelijks interesse voor toonde getuige de ofwel ontbrekende danwel gebrekkige collectieve goederen ten tijde van zijn heerschappij. En dus waren de Riffijnse Imazighen op hun zelf aangewezen. Maar dat maakte hen niks uit aangezien zij voort konden bouwen op een eeuwenlange traditie van particularisme en autarkie. In dit verlengde moet men ook de traditie van de tawiza plaatsen. Die traditie hield in dat Riffijnen samen met hun buurtgenoten vrijwilligerswerk gingen doen voor de eigen gemeenschap in de dchar (= dorp). Zo konden de krachten gebundeld worden om doelmatig arbeidsintensieve werk te verrichten. Naar Hollands gezegde: vele handen maken licht werk, werden er waterputten geslagen, wegen onderhouden, irrigatiekanalen gegraven en gebouwen aangelegd. Zo zijn nagenoeg alle huizen uit mijn dchar gebouwd door mijn eigen familie in samenwerking met andere mensen uit dezelfde dchar.

Maar goed. Vrijwilligerswerk doen op een lege maag kan ook weer niet, dus werd er op de 1e dag van de tawiza altijd een dier geofferd, meestal een geit of een kip. Met aansluitend 's avonds een feestmaal. Alle (mannelijke) buren werden dan uitgenodigd om te komen eten en ook de imam is dan meestal van de partij. Na het eten wordt er dan uit de Koran gereciteerd om zo ook de baraka (= Gods zegen) uit te spreken over de tawiza. Tegenwoordig is de tawiza traditie onder de Riffijnen in Nederland behoorlijk uitgehold. Zo worden er nog altijd wel feestmalen gehouden en ook uit de Koran wordt nog steeds voorgelezen. Maar vrijwilligerswerk doen voor de eigen buurt is nog maar voor weinig Riffijnen weggelegd. Ook onder de 2e en 3e generatie Riffijnen is vrijwilligerswerk een zeldzaam verschijnsel. Blijkbaar is het vandaag de dag nog steeds moeilijk voor Riffijnen hier in Nederland om onbekende mensen te vertrouwen, laat staan vrijwilligerswerk voor te verrichten.

En dat terwijl diezelfde Nederlandse Riffijnen in Marokko juist een van de actiefste weldoeners zijn op het gebied van ontwikkelingshulp voor de Rif regio. De hoeveelheid hulpgoederen die jaarlijks vanuit de Riffijnse gemeenschap in Nederland richting herkomstgebied gaat is overweldigend. Van kleding, schoolspullen, schoolbussen, medicijnen, medische apparatuur, ambulances tot aan vuilniswagens aan toe. Echter het overgrote deel van deze vaak informele vorm van hulpverlening reikt niet verder dan de directe omgeving: neefjes, nichtjes, ooms en tantes etc. De afgelopen jaren is de hulpverlening voor de Rif gelukkig ook steeds verder geprofessionaliseerd en geformaliseerd. Desondanks valt er voor de Nederlandse NGO’s en stichtingen nog vele stappen te zetten in de Rif. Zoals zoveel organisaties die in het buitenland opereren is het in het begin altijd lastig om de juiste spullen bij de juiste mensen op het juiste tijdstip te krijgen. Al helemaal als daar de Marokkaanse bureaucratie inclusief bijkomstige corruptie boven opkomt, waardoor uiteindelijk de aangeboden hulp niet altijd efficiënt genoeg wordt ingezet.

Vandaar dat verschillende Riffijnen in Nederland al jaren met de gedachten speelden om een overkoepelende netwerk op te richten dat zich richt op ontwikkelingssamenwerking in en met Marokko. Dit idee werd versterkt door de aardbeving in el Hoceima die plaatsvond in de nacht van 23 op 24 februari 2004. Vanuit verschillende windrichtingen werd hulp aan het getroffen gebied geboden, ook vanuit Nederland. Al snel werd duidelijk dat de logistieke samenwerking met verschillende organisaties niet goed verliep en ten koste ging van de hulp aan het getroffen gebied. Anno 2010 zijn er nog steeds mensen in de getroffen regio die nog moeten wachten op beloofde hulpverlening.

Een aantal organisaties in Nederland hebben zich hierover gebogen en kwamen uit op het feit dat er behoefte is aan een organisatie die ontwikkelingssamenwerking organiseert en coördineert. Vervolgens heeft een werkgroep onder een aantal Nederlands-Marokkaanse organisaties onderzoek gedaan naar de behoefte van een landelijk coördinerende en adviserende organisatie als het gaat om ontwikkelingssamenwerking met Marokko. Dit alles en uiteraard ook met een beetje financiele hulp van Cordaid heeft uiteindelijk geresulteerd in de oprichting van het Netwerk Internationale Samenwerking Marokko (NISM) eind 2005.

Sindsdien is de organisatie vooral achter de schermen flink bezig geweest om te werken aan hun organisatie. Een organisatie die zich als doel heeft gesteld om de internationale samenwerking vanuit Nederland te stimuleren om zo het werk van de civil society in Marokko te versterken en te ondersteunen. NISM wil zowel projecten opstarten als begeleiden alsook ondersteunen. Uiteindelijk wil de NISM een belangrijke netwerkfunctie gaan vervullen voor Marokkaanse zelforganisaties.

Afgelopen vrijdag 21 Mei hield de NISM de eerste netwerkbijeenkomst van het jaar. Tijdens die bijeenkomst waren er verschillende organisaties aanwezig. Ook waren er enkele sprekers die over hun ervaringen met Marokkaanse ontwikkelingswerk kwamen vertellen. Dit waren zowel mensen en organisaties die al wat langer in het vak zitten zoals Fadma Bouchataoui van COS-Zuid-Holland; als ook degene die wat recenter zijn begonnen met ontwikkelingsprojecten voor Marokko zoals het Marokko Fonds. Na een kleine feestmaal en een korte lezing van docent Abderrahman el Aissati, was de tijd eindelijk daar om te doen wat er die avond gedaan moest worden. Namelijk netwerken voor Marokko. En om het netwerk-proces te versnellen had de NISM een bepaalde opstelling bedacht voor de aanwezigen waadoor het voor hen makkelijk werd gemaakt om vragen te stellen en vragen te beantwoorden. In dat opzichte is de 1e netwerkbijeenkomst van de NISM zeer geslaagd. Zeker wat betreft de makelaarsfunctie in de vraag en aanbod van ontwikkelingswerk, die het NISM zo graag ambieert.

Heeft u na het lezen ook vragen over ontwikkelingswerk in Marokko? Kijk dan eens op www.nism.nl

zaterdag 15 mei 2010

Reisadvies



Hoe veilig is Noord Afrika? Het is een vraag waarop Buitenlandse Zaken een antwoord geeft in haar reisadviezen. Helaas geeft ons ministerie geen adviezen over reizen in de Westelijke Sahara. Die naam is althans niet te vinden in hun alfabetische lijstje met adviezen over Noord Afrikaanse landen. In plaats daarvan geeft men informatie over de Westelijke Sahara onder het hoofdstukje Marokko. U krijgt het advies de kustroute te volgen. Bij het advies over reizen naar Algerije (die worden ontraden) wordt de Westelijke Sahara alleen als een grensgebied genoemd maar het bevrijde gebied blijft onbesproken. Het is de onbekende leegte en omdat men zegt dat ledigheid des duivels oorkussen is, moet dat dan dus wel het gebied zijn waar de gevaarlijke Islam-extremistische Al Kaida van Noord Afrika rondspookt. Niet dus. In werkelijkheid is het een gebied waar nogal wat Europeanen reizen die zich van de politiek gemotiveerde reisadviezen niets aantrekken, maar des te meer van de verzoeken van Saharanen om eens langs te komen voor een kopje thee of drie. Of voor een bezoek aan een cultureel festival. Of voor een archeologische expeditie.

In de USA heeft de uitzetting van Christenen die een weeshuis in Marokko beheerden zoveel verontrusting gewekt dat senator Wolf per brief aan mevrouw Clinton van Buitenlandse Zaken heeft gevraagd het Amerikaanse reisadvies voor Marokko negatief bij te stellen.

De reisadviezen van regeringswege maken in het algemeen geen melding van militaire oefeningen. Toch is het nuttig om te weten dat Westelijk Afrika van 3 tot 22 mei het decor is voor Operatie Flintlock 2010, onder leiding van Lt. Col. Chris Call, de "deputy commander of the Joint Special Operations Task Force-Trans-Sahara". Het is een multi-nationale operatie waarin veel West Afrikaanse landen samenwerken inclusief Marokko en Algerije maar exclusief de Saharanen. Er zijn berichten dat Uzelf, althans uw regering, dat wil zeggen Nederlandse militairen ook meedoen.