dinsdag 4 mei 2010

Vive La Liberté!


Nu we de Oranjegekte van Koninginnedag zonder al te veel voedselvergiftiging hebben overleefd en we de dag erna ook nog eens rustig op de bank hebben kunnen nagenieten van het gestoei van rooie rakkers met Nederlandse ordehandhavers, kan ook de rest van de Nederlandse samenleving zich alvast op te maken om op 4 en 5 mei te herdenken en te vieren. We herdenken dan alle mensen die in Nederland of waar ook ter wereld zijn omgekomen sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. En natuurlijk vieren we de dag erna dat we in Nederland gelukkig al 65 jaar in vrede leven en verlost zijn van verstikkende dictatoriale regimes zoals dat van de nazi’s. Echter na 65 jaar van herdenken en vieren beginnen de black-outs in de collectieve herinnering aan de Tweede Wereldoorlog steeds ernstigere vormen aan te nemen. Ik verbaas me dan ook niet, als ik lees dat veel Engelse leerlingen niet weten wat Auschwitz is, laat staan die paar moeilijk-lerende kinderen, die daadwerkelijk denken dat Auschwitz een biermerk is. Maar niet in Nederland hoor! Althans als we de laatste diagnose van Elsevier-verslaggever Robert Stiphout en diens onderzoeksbureau ResearchNed mogen geloven. Volgens zijn artikel valt het allemaal wel mee met de feitenkennis van onze Nederlandse brugpiepers. Bijna 9 op de 10 docenten die hebben meegedaan aan het Elsevier-onderzoek oordelen dat de kennis van de Nederlandse leerlingen beter, zo niet veel beter is dan die van de Engelsen.

Nu ben ik me wel bewust van het feit dat je met cijfertjes, enquêtes en statistieken bij wijze van spreken alles kunt bewijzen wat je wilt, maar om nou te zeggen dat de kennis van onze Nederlandse snotapen veel beter is dan van die British brats… Daar ben ik toch niet zo heel erg zeker van, want zeg nou zelf: hoeveel van de Nederlandse schoolgaande jeugd zou bijvoorbeeld nog weten dat de oorlogsdreiging van de Tweede Wereldoorlog eigenlijk al in 1933 tot een absolute kookpunt was gestegen? Eind juli 1933 kwamen zelfs tientallen joodse organisaties uit alle hoeken van de wereld bijeen in Amsterdam, waar ze op een 3-daagse conferentie de hoofdlijnen van hun jihad tegen Duitse exportproducten aan de wereld kenbaar hebben gemaakt. Ook ben ik benieuwd hoeveel van onze Nederlandse brugklassers het nog zouden kunnen bevatten dat er ondanks het uitspreken van de joodse fatwa in 1933, er nog steeds op machtbeluste joden waren die zich helemaal niks van het boycot aantrokken. De warme zomer van 1933 markeerde zelfs het begin voor een nauwe economische samenwerking tussen joden en nazi’s, wat later vorm zou krijgen in het beruchte duivelspact: het Havaara-handelsverdrag. En hoeveel van de Nederlandse leerlingen zouden bijvoorbeeld ook nog weten dat in die hete zomer van 1933, nazi’s in Amerika al druk bezig waren om samen met enkele vooraanstaande Amerikaanse industriëlen en bankiers een staatsgreep op het Witte Huis te organiseren? Saillant detail hierbij is dat een van die Amerikaanse putschisten, die ook zijn handen vuil heeft gemaakt, de opa van George W. Bush was. So I guess it runs in the family after all...

Ik weet het niet, maar ik denk niet dat veel Nederlandse leerlingen ooit geconfronteerd zullen worden in de les met dit soort historische feitenkennis. Althans niet in het huidige onderwijssysteem. En ik neem de Nederlandse leerlingen dan ook niks kwalijk hoor. Zij kunnen er ook niks aan doen dat het ministerie van Onderwijs de geschiedenislessen de laatste jaren flink heeft verkloot en dat er zelfs een Commissie de Rooy aan te pas diende te komen om zogenaamd orde op zaken te stellen met de magische 10 tijdvakken. Met als gevolg dat de samenhang en continuïteit soms ver te zoeken is in de geschiedenislessen van vandaag. Zondermeer dat hierdoor zowel de kwantiteit als de kwaliteit van het aanbod van geschiedenisonderwijs met name binnen het vmbo ronduit zorgwekkend te noemen is. Misschien is het daarom nog niet eens zo gek dat Robert Stiphout zijn artikel begint met de mededeling dat 1 op de 5 geschiedenisdocenten in de vier grote steden weleens heeft meegemaakt dat hij of zij de Holocaust niet of nauwelijks ter sprake kon brengen, omdat vooral islamitische leerlingen er moeite mee hebben. Ik zou het ook niet leuk vinden als ik alleen maar 1 kant van de medaille te horen kreeg.

Maar goed om de revisionistische neigingen van jonge Marokkaanse leerlingen enigszins te temperen is er een paar jaar geleden o.a. door het Verzetsmuseum een initiatief gestart om ook deze nieuwe Nederlanders meer te betrekken bij de lessen over de Tweede Wereldoorlog. Na wat historisch graafwerk is er destijds wat materiaal verschenen over Marokkaanse soldaten die mee hebben gevochten tegen de nazi's. In het Zeeuwse dorpje Kappelle schijnt ook een begraafplaats te zijn voor deze soldaten. Dit initiatief is later uitgewerkt in lesmateriaal en is de afgelopen paar jaar onder meer gebruikt bij geschiedenislessen op verschillende middelbare scholen. En hoe goed de bedoelingen ook wel niet mogen zijn van de mensen achter dit initiatief, het getuigt niet echt van een historisch besef en waardering voor de geschiedenis van de Marokkaanse gemeenschap in Nederland, die voornamelijk bestaat uit Riffijnse Marokkanen.

De Marokkaanse huursoldaten (= goumiers), die in de Tweede Wereldoorlog in Nederland hadden gevochten stonden op de Franse loondienst en waren dus hoogstwaarschijnlijk afkomstig uit de gebieden die door het Frans koloniaal gezag bestuurd werden. De Riffijnen daarentegen vielen onder Spaans gezag en met die Spaanse autoriteiten waren ze in de jaren 20 nog volop in een onafhankelijkheidstrijd verwikkeld. En op het moment dat het Spaanse koloniaal gezag bijna op instorten stond en de Riffijnse onafhankelijkheidstrijd bijna compleet was, kwamen Franse legercommandanten en hun goumiers het Riffijnse feestje met wat Fosgeen, Difosgeen, Chloorpicrine en Mosterdgas ruw verstoren. Uiteindelijk verliezen de Riffijnse opstandelingen de oorlog en komt hun vrijheidstreven erg duur te staan. Niet alleen verliezen de Riffijnen in 1926 hun vrijheid, hun eeuwenlange politieke onafhankelijkheid en tevens ook hun Vader des Vaderlands (= Abdelkrim el Khattabi), die door de Fransen verbannen wordt naar een gevangeniseiland ergens in de Indische Oceaan. Bovendien werd de gezondheid van de Riffijnen en dat van hun nageslacht op het spel gezet aangezien de Rifgebergte blootgesteld werd aan aanvallen met Franse chemische wapens en veel bewoners in dit gebied lijden vandaag de dag aan kanker ten gevolge van die aanvallen. En nu wordt er van Marokkaanse leerlingen, die 8 van de 10 van Riffijnse oorsprong zijn, dat zij uitgerekend in de aanloop naar Bevrijdingsdag extra hun best moeten doen om de herinnering aan de Frans-Marokkaanse goumiers in ere te houden? Ik zou het ook niet leuk vinden als ik de massa-moordenaars van mijn voorvaderen verplicht moest gaan herdenken.

Zeker niet als je bedenkt dat veel van dit soort Franse huursoldaten later na de Marokkaanse onafhankelijkheid juist carrière hebben gemaakt in het dictatoriale regime, dat zij dankzij hun militaire connecties zelf hebben opgebouwd. Een treffend voorbeeld hiervan is Mohamed Oufkir. De man die in de jaren 60 en 70 de ijzeren rechterhand was van de dictator-koning Hassan 2. De man die als minister van Binnenlandse Zaken en minister van Defensie de gehele Marokkaanse samenleving wist te terroriseren met zijn Gestapo-tactieken. De man die verantwoordelijk was voor het bloedig neerslaan van de Riffijnse opstand in 1958. De man die op 16 Augustus 1972 zelfs een greep deed naar de macht van zijn werkgever, de dictator-koning Hassan 2, maar daarbij verloor. Mohamed Oufkir was echter ook de jonge Marokkaanse huursoldaat die furore had gemaakt aan Geallieerde zijde tijdens de Tweede Wereldoorlog. Als soldaat heeft Oufkir op verschillende fronten meegevochten in dienst van zijn toenmalige Frans-koloniale werkgever en is daarbij gedecoreerd, zoals dat heet, met verschillende militaire lintjes en speldjes. Mohamed Oufkir zou dus als militair met een indrukwekkende cv zeer geknipt zijn om net als de Marokkaanse huursoldaten, die begraven liggen in Kappelle, te fungeren als uithangbord ter identificatie van de Marokkaanse leerlingen en eventueel ook om de Marokkaanse gemeenschap in Nederland wat warmer te laten lopen voor de nationale herdenking en viering van 4 en 5 mei.

Ook in Utrecht lopen verschillende Marokkaanse organisaties zich alvast warm om gedurende de meimaand de Marokkaanse gemeenschap in Utrecht te voorzien van surrogaathelden uit de Tweede Wereldoorlog. De samenwerkende organisaties willen door middel van o.a. lezingen, een documentaire, een theaterstuk en een excursie aan Kappele het aandeel van Marokkanen in de bevrijding van West-Europa in het algemeen en van Nederland in het bijzonder meer bekendheid geven. Maar als dus nu ook een Marokkaanse organisatie zoals Syphax, die vanuit een Riffijnse grondslag werkt, hun medewerking gaan verlenen om de vergeten Marokkaanse huursoldaten in dienst van de Franse koloniale macht (soldaten zoals bijvoorbeeld Mohamed Oufkir) weer in het zonnetje te zetten en tevens ook een jaarlijkse trip gaan maken richting Kappelle om daar een bosje bloemen neer te leggen op 4 mei…. Wie ben ik dan nog om over die goumiers en het historische besef te klagen? Per slot van rekening hebben deze goumiers wel gevochten tégen de nazi’s…

Nee, dank u wel. Dan klaag ik nog liever over de Verenigde Naties Nazi’s, die de samenleving in Marokko afgelopen vrijdag wederom een kans hebben ontnomen om een stap voorwaarts te maken richting echte vrijheid en duurzame sociale stabiliteit. De VN zijn afgelopen Koninginnedag namelijk akkoord gegaan met een verlenging van de VN-vredesmissie MINURSO in Marokko voor een periode van 1 jaar. Alleen ze zijn vergeten om de monitoring van mensenrechten in het conflictgebied bij het mandaat te voegen. Nou ja vergeten, de VN-ambassadeur van de Franse ex-kolonisator (= Gérard Araud, die tevens de beschikking heeft tot een permanente zetel en bijbehorende vetorecht in de VN-Veiligheidsraad) is van de week op zijn strepen gaan staan om de militaire dictatuur van Marokko een hand boven het hoofd te houden. Waarschijnlijk net zoals de Franse officieren dat deden bij hun Marokkaanse goumiers tijdens de Tweede Wereldoorlog. En nu kan het dictatoriale regime van Marokko weer tot volgend jaar Koninginnedag weer vooruit met het ondermijnen van de burgerrechten van Marokkaanse onderdanen in zowel binnen- als buitenland en is bovendien het Franse bedrijfsleven weer een jaar verzekerd van goedkope grondstoffen uit zowel Marokko als de Westelijke Sahara.

Vive La Liberté!
Een reactie plaatsen