Posts tonen met het label 4 en 5 mei. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 4 en 5 mei. Alle posts tonen

dinsdag 19 januari 2021

Het dealtje van Trump en een lezing op 4 mei

Vertrekkend president van de USA, de heer D. Trump heeft per proclamatie de Marokkaanse claim op West-Sahara erkend. In ruil daarvoor heeft Marokko de relatie met Israël genormaliseerd. In deze deal zijn nog een aantal zaken betrokken, zoals de levering van drones en toezeggingen van grote investeringen in het bezette gebied. Wat voor Marokko wellicht ook heeft meegespeelt is de junk status rating van Marokko door Fitch en de invoering van een Amerikaanse straf invoerheffing van 23.46% op de Marokkaanse fosfaat
 En uiteraard zoekt Marokko extra steun nadat het door Frankrijk was opgestookt om de wapenstilstand te verbreken in de verwachting dat straffeloos te kunnen doen, maar dat zich nu ziet geconfronteerd met dagelijkse bombardementen op zijn stellingen door het Polisario. 
Om de zaak tastbaar te maken heeft de VS een virtueel consulaat in Dahkla geopend. Dat is een stad in West-Sahara. Marokko is verrukt, en de Geestelijk Leider heeft aan Trump zijn hoogste onderscheiding doen toekomen uit handen van zijne majesteitelijke zuster prinses-ambassadeur Lalla Joumala. De Amerikaanse Leider heeft daarop zijne majesteit behaagt met het allerhoogst, the greatest, presidentieël priklintje
 Het is verwarrend allemaal en niet in de laatste plaats voor die Marokkanen die dachten dat zij, met hun regering, onvoorwaardelijk solidair waren met de Palestijnen. Maar het zogenaamde vredesverdrag dat Trump's schoonschoon Kushner heeft gesloten tussen Marokko en Israel verkwanseld de Palestijnse belangen. De bijgeleverde wapens, en het goedkeuren van de bezetting van West-Sahara maakt dat niet helemaal goed. 
Absoluut niet solidair is Marokko ondertussen met Charlie Hebdo, zo werd nog eens onderstreept door de minister van Buitenlandse Zaken Otmani op Twitter eind oktober vorig jaar. 

Een dergelijke veroordeling, vigoureusement, van de moordenaars van cartoonisten of geschiedenisleraren heeft de ministère des Affaires étrangères nog niet uit zijn smoel gekregen. 

Opmerkelijk is de waarschuwing aan de Marokkaanse diaspora  door de Marokkaanse veiligheidsdiensten dat beledigingen van ambtenaren in functie zullen worden vervolgd. El País bericht:  "De regering van Marokko zal Marokkaanse burgers die in het buitenland wonen vervolgen voor "het belasteren" van Marokkaanse overheidsfunctionarissen. De aanklacht tegen deze mensen - van wie de identiteit niet is onthuld - is opgesteld door drie veiligheids- en spionage-instellingen: de Algemene Directie Nationale Veiligheid (DGSN, politie), de Algemene Directie Territoriale Surveillance (DGST, spionage) en de Directie Algemene studies en documentatie (DGED, contraspionage)." 

Het is een duidelijke waarschuwing dat iedere Marokkaan in het buitenland op zijn woorden moet passen. 

Dat zou een probleem kunnen worden als er iemand van Marokkaanse afkomst een lezing gaat houden op 4 mei, de dag dat de slachtoffers van het fascisme worden herdacht. Een spreker die moeite heeft met het fascistische bewind in Marokko zou van de gelegenheid gebruik kunnen maken om melding te maken van de vele opgepakte journalisten en schrijvers in Marokko. Hij zou de illegale bezetting van West-Sahara onder de aandacht kunnen brengen, en de grove mishandeling van de Sahrawi bevolking in het bezette gebied. Hij zou de zaak van Monjib kunnen bespreken die wegens steun van Free Press Unlimited gevangen zit.  Hij zou daarmee licht ambtenaren van het Marokkaans regime kunnen beledigen en vervolging over zich kunnen afroepen. 

Maar de lezing op 4 mei wordt dit jaar gehouden door ene Abdelkader Benali, de schrijver die een anti-Polisario propaganda film heeft vertoond in de Amsterdamse bibliotheek; die reclamefilms maakt voor het toerisme in Marokko en een huis heeft in Tanger. Bij Joods.nl zijn bezwaren tegen Benali opgesomt wegens onprettige uitspraken over Joden. Het gevaar dat Benali kritiek levert op Marokko is klein en zijn 4 mei lezing zal waarschijnlijk een oefening worden in licht verteerbare algemeenheden in perfect Nederlandse volzinnen, een gouden ganzenveer waardig.  

 




 

maandag 10 mei 2010

Het Prins Bernhard wereldrecord

Kort nadat Hitler in Duitsland aan de macht was gekomen stak de Leidse anti-fascist Rinus van der Lubbe de duitse Rijksdag in de hens. Het was een daad van verzet met grote gevolgen omdat het Hitler een reden gaf zich te "verdedigen". Op dat moment was men in Nederland discreet bezig met de voorbereidingen van de verloving van kroonprinses Juliana met de Zweedse prins Bernadotte. De Nederlandsche regering was niet anti-fascistisch en wilde graag neutraal blijven, zowel in de komende Europese oorlog die velen zagen aankomen, als ook in de Pacific oorlog die haar door Soekarno vanuit Nederlandsch-Indische gevangenschap werd voorspeld. Maar de actie van Rinus van der Lubbe veranderde de Nederlandsch - Duitse verhouding drastisch. Bernadotte werd gedumpt en de kroonprinses zou na een paar jaar voorbereiding worden uitgehuwelijkt aan de Duitse nazi Bernhard zur Lippe-Biesterveld. Dat bleek echter geen garantie voor neutraliteit. In 1945 vielen de Duitse nazi-legers Nederland binnen. Na de aanval op Pearl Harbor in 1942 verklaarde het koloniale Rijk der Nederlanden de oorlog aan Japan. Maar het verzet in Nederland tegen de koloniale onderdrukking, van zowel Nederlanders als Indonesiërs in Nederland, was toen al onderschikt aan het verzet tegen de Duitse nazi's.

Bij Nederlandse herdenkingen van de gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog was Prins Bernhard altijd prominent aanwezig. De man heeft een wereldrecord behaald aan het onthullen van monumenten maar toch onthulde hij zeker niet alle. Het Prins Bernhard wereldrecord (als dat een mythe is, dan is het slechts een van de vele rond de man) kon worden behaald door het verhullen van de werkelijke achtergronden van Juliana's huwelijk. In Nederland kan men de Tweede Wereldoorlog niet herdenken zonder verdoezelende vaagheid. Wie vraagt waar de nationale herdenking eigelijk over gaat krijgt van regeringswege verschrikt ambtelijk gemompel te horen: "Tijdens de Nationale Herdenking herdenken we allen – burgers en militairen – die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in oorlogssituaties en bij vredesoperaties". Onder deze omschrijving vallen de mensen die zijn gevallen in het verzet tegen koloniale onderdrukking niet, maar wel de militairen die dat verzet onderdrukten. Nederland herdenkt in deze definitie ook de SS-ers die in Nederlandsch-Indië vielen in de strijd tegen Indonesische vrijheidsstrijders, maar daar zijn weinigen zich van bewust. De discussie of de Nederlandse soldaten in Indië tot SS-ers werden gemaakt is al helemaal uit zicht geraakt. Men is vooral zenuwachtig.

Dit alles vormt een ideaal klimaat voor mythes zoals die van de Marokkaanse fantast Achahboun. Het gevolg is dat herdenkingen ontaarden in gezwam over Marokkaanse soldaten die in Zeeland voor Nederland zijn gesneuveld. Gelukkig geeft dat anderen weer de gelegenheid de leugen te onthullen, waarvoor zij terecht complimenten ontvangen. Goed gedaan HP de Tijd! Hopelijk gaat het blad ook nog eens de Marokkaanse leugens over de Westelijke Sahara ontmaskeren.

Helaas wordt de discussie over de leugens rond Prins B. en het bederf van het Nederlands geschiedenis onderwijs niet gevoerd, wel die over het nut van herdenken. Dat is jammer want de nagedachtenis aan de mensen die zijn gevallen in de strijd tegen onderdrukking zou geen onderwerp van twist moeten zijn, en kan een discussie over het al-dan-niet meewerken aan onderdrukking en uitbuiting door Nederlandse bedrijven zoals FUGRO dat mee profiteert van de Marokkaanse bezetting van de Westelijke Sahara in een helder licht plaatsen.

dinsdag 4 mei 2010

Vive La Liberté!


Nu we de Oranjegekte van Koninginnedag zonder al te veel voedselvergiftiging hebben overleefd en we de dag erna ook nog eens rustig op de bank hebben kunnen nagenieten van het gestoei van rooie rakkers met Nederlandse ordehandhavers, kan ook de rest van de Nederlandse samenleving zich alvast op te maken om op 4 en 5 mei te herdenken en te vieren. We herdenken dan alle mensen die in Nederland of waar ook ter wereld zijn omgekomen sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. En natuurlijk vieren we de dag erna dat we in Nederland gelukkig al 65 jaar in vrede leven en verlost zijn van verstikkende dictatoriale regimes zoals dat van de nazi’s. Echter na 65 jaar van herdenken en vieren beginnen de black-outs in de collectieve herinnering aan de Tweede Wereldoorlog steeds ernstigere vormen aan te nemen. Ik verbaas me dan ook niet, als ik lees dat veel Engelse leerlingen niet weten wat Auschwitz is, laat staan die paar moeilijk-lerende kinderen, die daadwerkelijk denken dat Auschwitz een biermerk is. Maar niet in Nederland hoor! Althans als we de laatste diagnose van Elsevier-verslaggever Robert Stiphout en diens onderzoeksbureau ResearchNed mogen geloven. Volgens zijn artikel valt het allemaal wel mee met de feitenkennis van onze Nederlandse brugpiepers. Bijna 9 op de 10 docenten die hebben meegedaan aan het Elsevier-onderzoek oordelen dat de kennis van de Nederlandse leerlingen beter, zo niet veel beter is dan die van de Engelsen.

Nu ben ik me wel bewust van het feit dat je met cijfertjes, enquêtes en statistieken bij wijze van spreken alles kunt bewijzen wat je wilt, maar om nou te zeggen dat de kennis van onze Nederlandse snotapen veel beter is dan van die British brats… Daar ben ik toch niet zo heel erg zeker van, want zeg nou zelf: hoeveel van de Nederlandse schoolgaande jeugd zou bijvoorbeeld nog weten dat de oorlogsdreiging van de Tweede Wereldoorlog eigenlijk al in 1933 tot een absolute kookpunt was gestegen? Eind juli 1933 kwamen zelfs tientallen joodse organisaties uit alle hoeken van de wereld bijeen in Amsterdam, waar ze op een 3-daagse conferentie de hoofdlijnen van hun jihad tegen Duitse exportproducten aan de wereld kenbaar hebben gemaakt. Ook ben ik benieuwd hoeveel van onze Nederlandse brugklassers het nog zouden kunnen bevatten dat er ondanks het uitspreken van de joodse fatwa in 1933, er nog steeds op machtbeluste joden waren die zich helemaal niks van het boycot aantrokken. De warme zomer van 1933 markeerde zelfs het begin voor een nauwe economische samenwerking tussen joden en nazi’s, wat later vorm zou krijgen in het beruchte duivelspact: het Havaara-handelsverdrag. En hoeveel van de Nederlandse leerlingen zouden bijvoorbeeld ook nog weten dat in die hete zomer van 1933, nazi’s in Amerika al druk bezig waren om samen met enkele vooraanstaande Amerikaanse industriëlen en bankiers een staatsgreep op het Witte Huis te organiseren? Saillant detail hierbij is dat een van die Amerikaanse putschisten, die ook zijn handen vuil heeft gemaakt, de opa van George W. Bush was. So I guess it runs in the family after all...

Ik weet het niet, maar ik denk niet dat veel Nederlandse leerlingen ooit geconfronteerd zullen worden in de les met dit soort historische feitenkennis. Althans niet in het huidige onderwijssysteem. En ik neem de Nederlandse leerlingen dan ook niks kwalijk hoor. Zij kunnen er ook niks aan doen dat het ministerie van Onderwijs de geschiedenislessen de laatste jaren flink heeft verkloot en dat er zelfs een Commissie de Rooy aan te pas diende te komen om zogenaamd orde op zaken te stellen met de magische 10 tijdvakken. Met als gevolg dat de samenhang en continuïteit soms ver te zoeken is in de geschiedenislessen van vandaag. Zondermeer dat hierdoor zowel de kwantiteit als de kwaliteit van het aanbod van geschiedenisonderwijs met name binnen het vmbo ronduit zorgwekkend te noemen is. Misschien is het daarom nog niet eens zo gek dat Robert Stiphout zijn artikel begint met de mededeling dat 1 op de 5 geschiedenisdocenten in de vier grote steden weleens heeft meegemaakt dat hij of zij de Holocaust niet of nauwelijks ter sprake kon brengen, omdat vooral islamitische leerlingen er moeite mee hebben. Ik zou het ook niet leuk vinden als ik alleen maar 1 kant van de medaille te horen kreeg.

Maar goed om de revisionistische neigingen van jonge Marokkaanse leerlingen enigszins te temperen is er een paar jaar geleden o.a. door het Verzetsmuseum een initiatief gestart om ook deze nieuwe Nederlanders meer te betrekken bij de lessen over de Tweede Wereldoorlog. Na wat historisch graafwerk is er destijds wat materiaal verschenen over Marokkaanse soldaten die mee hebben gevochten tegen de nazi's. In het Zeeuwse dorpje Kappelle schijnt ook een begraafplaats te zijn voor deze soldaten. Dit initiatief is later uitgewerkt in lesmateriaal en is de afgelopen paar jaar onder meer gebruikt bij geschiedenislessen op verschillende middelbare scholen. En hoe goed de bedoelingen ook wel niet mogen zijn van de mensen achter dit initiatief, het getuigt niet echt van een historisch besef en waardering voor de geschiedenis van de Marokkaanse gemeenschap in Nederland, die voornamelijk bestaat uit Riffijnse Marokkanen.

De Marokkaanse huursoldaten (= goumiers), die in de Tweede Wereldoorlog in Nederland hadden gevochten stonden op de Franse loondienst en waren dus hoogstwaarschijnlijk afkomstig uit de gebieden die door het Frans koloniaal gezag bestuurd werden. De Riffijnen daarentegen vielen onder Spaans gezag en met die Spaanse autoriteiten waren ze in de jaren 20 nog volop in een onafhankelijkheidstrijd verwikkeld. En op het moment dat het Spaanse koloniaal gezag bijna op instorten stond en de Riffijnse onafhankelijkheidstrijd bijna compleet was, kwamen Franse legercommandanten en hun goumiers het Riffijnse feestje met wat Fosgeen, Difosgeen, Chloorpicrine en Mosterdgas ruw verstoren. Uiteindelijk verliezen de Riffijnse opstandelingen de oorlog en komt hun vrijheidstreven erg duur te staan. Niet alleen verliezen de Riffijnen in 1926 hun vrijheid, hun eeuwenlange politieke onafhankelijkheid en tevens ook hun Vader des Vaderlands (= Abdelkrim el Khattabi), die door de Fransen verbannen wordt naar een gevangeniseiland ergens in de Indische Oceaan. Bovendien werd de gezondheid van de Riffijnen en dat van hun nageslacht op het spel gezet aangezien de Rifgebergte blootgesteld werd aan aanvallen met Franse chemische wapens en veel bewoners in dit gebied lijden vandaag de dag aan kanker ten gevolge van die aanvallen. En nu wordt er van Marokkaanse leerlingen, die 8 van de 10 van Riffijnse oorsprong zijn, dat zij uitgerekend in de aanloop naar Bevrijdingsdag extra hun best moeten doen om de herinnering aan de Frans-Marokkaanse goumiers in ere te houden? Ik zou het ook niet leuk vinden als ik de massa-moordenaars van mijn voorvaderen verplicht moest gaan herdenken.

Zeker niet als je bedenkt dat veel van dit soort Franse huursoldaten later na de Marokkaanse onafhankelijkheid juist carrière hebben gemaakt in het dictatoriale regime, dat zij dankzij hun militaire connecties zelf hebben opgebouwd. Een treffend voorbeeld hiervan is Mohamed Oufkir. De man die in de jaren 60 en 70 de ijzeren rechterhand was van de dictator-koning Hassan 2. De man die als minister van Binnenlandse Zaken en minister van Defensie de gehele Marokkaanse samenleving wist te terroriseren met zijn Gestapo-tactieken. De man die verantwoordelijk was voor het bloedig neerslaan van de Riffijnse opstand in 1958. De man die op 16 Augustus 1972 zelfs een greep deed naar de macht van zijn werkgever, de dictator-koning Hassan 2, maar daarbij verloor. Mohamed Oufkir was echter ook de jonge Marokkaanse huursoldaat die furore had gemaakt aan Geallieerde zijde tijdens de Tweede Wereldoorlog. Als soldaat heeft Oufkir op verschillende fronten meegevochten in dienst van zijn toenmalige Frans-koloniale werkgever en is daarbij gedecoreerd, zoals dat heet, met verschillende militaire lintjes en speldjes. Mohamed Oufkir zou dus als militair met een indrukwekkende cv zeer geknipt zijn om net als de Marokkaanse huursoldaten, die begraven liggen in Kappelle, te fungeren als uithangbord ter identificatie van de Marokkaanse leerlingen en eventueel ook om de Marokkaanse gemeenschap in Nederland wat warmer te laten lopen voor de nationale herdenking en viering van 4 en 5 mei.

Ook in Utrecht lopen verschillende Marokkaanse organisaties zich alvast warm om gedurende de meimaand de Marokkaanse gemeenschap in Utrecht te voorzien van surrogaathelden uit de Tweede Wereldoorlog. De samenwerkende organisaties willen door middel van o.a. lezingen, een documentaire, een theaterstuk en een excursie aan Kappele het aandeel van Marokkanen in de bevrijding van West-Europa in het algemeen en van Nederland in het bijzonder meer bekendheid geven. Maar als dus nu ook een Marokkaanse organisatie zoals Syphax, die vanuit een Riffijnse grondslag werkt, hun medewerking gaan verlenen om de vergeten Marokkaanse huursoldaten in dienst van de Franse koloniale macht (soldaten zoals bijvoorbeeld Mohamed Oufkir) weer in het zonnetje te zetten en tevens ook een jaarlijkse trip gaan maken richting Kappelle om daar een bosje bloemen neer te leggen op 4 mei…. Wie ben ik dan nog om over die goumiers en het historische besef te klagen? Per slot van rekening hebben deze goumiers wel gevochten tégen de nazi’s…

Nee, dank u wel. Dan klaag ik nog liever over de Verenigde Naties Nazi’s, die de samenleving in Marokko afgelopen vrijdag wederom een kans hebben ontnomen om een stap voorwaarts te maken richting echte vrijheid en duurzame sociale stabiliteit. De VN zijn afgelopen Koninginnedag namelijk akkoord gegaan met een verlenging van de VN-vredesmissie MINURSO in Marokko voor een periode van 1 jaar. Alleen ze zijn vergeten om de monitoring van mensenrechten in het conflictgebied bij het mandaat te voegen. Nou ja vergeten, de VN-ambassadeur van de Franse ex-kolonisator (= Gérard Araud, die tevens de beschikking heeft tot een permanente zetel en bijbehorende vetorecht in de VN-Veiligheidsraad) is van de week op zijn strepen gaan staan om de militaire dictatuur van Marokko een hand boven het hoofd te houden. Waarschijnlijk net zoals de Franse officieren dat deden bij hun Marokkaanse goumiers tijdens de Tweede Wereldoorlog. En nu kan het dictatoriale regime van Marokko weer tot volgend jaar Koninginnedag weer vooruit met het ondermijnen van de burgerrechten van Marokkaanse onderdanen in zowel binnen- als buitenland en is bovendien het Franse bedrijfsleven weer een jaar verzekerd van goedkope grondstoffen uit zowel Marokko als de Westelijke Sahara.

Vive La Liberté!