maandag 27 september 2010

Familie hereniging

De vredesonderhandelaar Peter van Walsum vond het een goed idee om de banden tussen Saharaanse families te herstellen die waren verbroken door de Marokkaanse Muur in de Westelijke Sahara. Daartoe werden CBM's ingesteld. Dat zijn Confidence Building Measures, oftewel Vertrouwen Wekkende Maatregelen. Het komt er op neer dat er toestemming voor familiebezoeken wordt geregeld en ook het vervoer tussen de vluchtelingenkampen bij Tindouf in Algerije en de grootste plaatsen in de Westelijke Sahara. Bovendien is er een gratis telefoonlijn ingesteld. Het project is begonnen in 2004. In 2006 werd het programma voor een paar maanden opgeschort.

Dan verschijnen de Australische filmmakers Dan Fallshaw en Violeta Ayala in de vluchtelingenkampen met het verhaal dat ze een documentaire willen maken over het familieherenigingsprogramma. Ze richten zich op mevrouw Fetim Salam Hamdi die bezoek verwacht van haar moeder die in het door Marokko bezette gebied woont. Uiteindelijk maken Ayala en Fallshaw van hun film een aanklacht tegen de slavernij die in de kampen zou heersen en waarvan Fetim het slachtoffer zou zijn. Bij de premiere van de film die 'Stolen' wordt genoemd protesteert Fetim tegen de voorstelling van zaken maar haar mening wordt dan niet meer op prijs gesteld door de makers. De Marokkaanse regering gebruikt ondertussen de beelden voor hele botte propaganda. Ook als de IDFA de film in 2008 zijn Europese premiere laat beleven klinkt er protest want de IDFA heeft Fetim niet uitgenodigd voor de vertoning om haar mening te geven en heeft zelfs haar toestemming niet gevraagd voor de vertoning waardoor het IDFA meewerkt aan een eenzijdige Marokkaanse propagandastunt. Bovendien publiceert de IDFA een kritiekloos vraaggesprek met Ayala, een van de makers. Dit jaar presenteerde Abdelkader Benali de film met een discussie achteraf. Benali vond die discussie niet leuk. Onder het publiek bevonden zich leden van het "comite Fetim", de Stichting Zelfbeschikking West-Sahara en zelfs de officieele vertegenwoordiger van het Front Polisario in Nederland. Omdat Fetim een advocaat in de arm had genomen vond de organisatie het nodig om Fetim's bezwaren via een stapel kopietjes toe te lichten, die voor het publiek waren klaargelegd.

Het verhaal achter de familiehereniging is door de commotie rond de film 'Stolen' volstrekt uit zicht verdwenen. En het gedoe rond de film is nog klein vergeleken met de perikelen die 8 oktober 2009 ontstonden na de aankomst in Casablanca van zeven Saharanen die in Tindouf via het herenigingsprogramma op bezoek waren geweest. Zij waren op doorreis naar huis in het door Marokko bezette deel van de Westelijke Sahara. De zeven werden door Marokko gearresteerd op beschuldiging van landverraad. Ali Salem Tamek, Brahim Dahane en Ahmed Naciri zitten nu nog steeds vast. De vier anderen zijn inmiddels voorlopig vrijgelaten. Dat deze drie heren nog vastzitten zal te maken hebben met hun maatschappelijke posities. De heer Ali Salem Tamek is de vice-president van het Saharaans Collectief van Verdedigers van de Mensenrechten (CODESA); de heer Brahim Dahane is de president van de Saharaanse Associatie van Slachtoffers van Zware Schendingen van Mensenrechten (ASVDH); en meneer Ahmad Anasiri is de Algemeen Secretaris van het Saharaans Comite voor de verdediging van de Mensenrechten in Smara. Het zijn uitgesproken activisten voor de onafhankelijkheid.
Human Rights Watch roept Marokko op om de activisten vrij te laten of te berechten. Amnesty heeft dat al eerder gedaan.
In Tindouf waren de activisten door de Saharaanse regering met alle egards ontvangen. Het grootse onthaal werd ook uitvoerig belicht in de Saharaanse media. Het was rond de tijd dat de koning van Marokko in een speech verklaarde dat het tijd was om te kiezen: "u bent patriot of landverrader". Dat de "zeven van Casablanca" nog steeds moeten wachten op een proces zal politieke redenen hebben. Kort nadat de groep was opgepakt begon Aminatou Haidar een hongerstaking die Marokko politiek heeft beschadigd. De tijd was toen niet gunstig voor een brutaal politiek proces om Saharaanse dissidenten aan te pakken.

Inmiddels heeft Marokko hard gewerkt om het beeld bij te stellen. Op de Marokkaanse schoteltelevisie wordt al tijdje bericht over Saharaanse vluchtelingen die in grote getale uit de vluchtelingenkampen naar Marokko zouden vluchten, terug naar hun moederland waar zij hartelijk worden onthaald als lang verloren kinderen. Volgens de Marokkaanse propaganda bestaan er geen Saharaanse vluchtelingen die schuilen voor de wreedheden van het Marokkaanse leger; volgens de Marokkaanse redenering wonen in Tindouf door een Algerijnse secte ontvoerde Marokkanen, slaven zelfs. De koning van Marokko beschouwt de vluchtelingen als zijn onderdanen en eist ze terug. Elke Saharaan die aan dat denkbeeld tegemoet wil komen en overloopt naar Marokko zal koninklijk worden behandeld en temidden van de bittere armoede van het vluchtelingenbestaan kan dat vooruitzicht aanlokkelijk zijn.

Natuurlijk zijn er Saharanen die tot die keuze komen. De Marokkaanse pers staat al een poosje vol met berichten over de voormalige Saharaanse politiechef Mustapha Ould Sidi Mouloud Salma die is overgelopen. Deze Sidi wordt in rap tempo tot een wereldbekende Saharaan gemaakt om een tegenwicht te bieden aan de publiciteit rond de "zeven van Casablanca". Sidi heeft een persconferentie gegeven waarop hij verklaarde dat hij kiest voor het Marokkaanse autonomie voorstel en daarna kondigde hij op televisie aan dat hij zou terugkeren naar de vluchtelingenkampen om daar iedereen op te roepen om ook over te lopen. Hij heeft uitgelegd hoe hij zou reizen, en heeft de internationale gemeenschap opgeroepen hem te steunen. Tot niemands verbazing is hij gearresteerd bij de Mauretaans Saharaanse grens. De beschuldiging tegen hem luidt spionage voor een land waarmee men in oorlog is. Het verschil met de landverraad-kwestie van de Saharaanse activisten is dat hij wel degelijk Saharaans burger is, of is geweest, en zelfs politiechef. Amnesty International en Human Rights Watch hebben opgeroepen om de arrestant menselijk te behandelen. Beide organisaties waren er overigens snel bij.
Twee Marokkaanse journalisten van het weekblad Assahrae al Ousbouiya die de aankomst van de overloper in Tindouf wilden verslaan zijn door de Algerijnen vastgehouden en uitgewezen.
Ondertussen maakt de Marokkaanse minister Fassi Fihri in New York een wat vreemde indruk met zijn verontwaardigde klachten over de beknotting van de vrijheid van meningsuiting van de overloper omdat het Committee to Protect Journalists nu een oproep doet om de vrijheid van meningsuiting in Marokko te verbeteren. Toch is er is ook steun voor de overloper. In Spanje betuigen Marokkaanse immigranten steun en in Brussel is er een demonstratie voor de overgelopen politiechef gehouden waarbij de Belgische katholiek Jean Abboud, een goede vriend van de Makhzen, acte de presence gaf. Verder nieuws over de lotgevallen van Mustafa Salma volgt wellicht in de commentaren op dit bericht.

Ondertussen ontstaan er steeds meer problemen rond het VN programma voor de gezinshereniging.


En dan nog wat ander nieuws.
Het bericht dat Marokko illegale migranten de woestijn in heeft gestuurd waarvan er drie zijn overleden is niet overgenomen in de Nederlandse media. Dat zou een paar jaar geleden nog groot nieuws zijn geweest. Opvallend was verder dat er opeens melding werd gemaakt van deelname door Nederlandse militairen aan de Operatie Flintlock, een militaire oefening in de Malinese Sahara. Dit blog maakte er al melding van en er is een stukje verschenen in de Defensiekrant maar verder is er niets over in de Nederlandse media gemeld ... totdat er een bericht verscheen in het Parool waarin werd gespekuleerd op een gijzelneming in de Sahara om de Marokkaanse moordenaar van Theo van Gogh vrij te krijgen. Een ander opmerkelijk bericht was de melding dat de Amerikanen in het Algerijnse Tamanrasset een afluisterpost zouden hebben gevestigd.

Verder is er weer sprake van Christen uitzettingen door Marokko. Schokkend is het nieuws dat een Marokkaan die was opgepakt voor het bezit van hasj op het politieburo is doodgeslagen. Deze wrede gebeurtenis heeft tot een verontwaardigde demonstratie geleid, zoals te zien is op Youtube.

maandag 30 augustus 2010

Het IDFA en de slaven



Het International Documentary Filmfestival Amsterdam, IDFA, heeft voor de tweede keer de propaganda film Stolen op het programma gezet met een inleiding van Abdelkader Benali, een schrijver met een Marokkaanse achtergrond. De vertoning is bij de Openbare Bibliotheek Amsterdam, OBA.

De film STOLEN is gemaakt onder het voorwendsel van een documentaire over een gezinshereniging van een Saharaanse familie in het kader van het VN-project om de banden tussen het bezette gebied en de vluchtelingenkampen te herstellen. Dat was de opzet die de Australische filmmakers Dan Fallshaw en Violeta Ayala presenteerden aan de Polisario vertegenwoordiger in Australië, Kamal Fadel, en aan de Saharaanse familie die leeft in het vluchtelingenkamp "27 February". Maar het werd een heel andere film.
De documentaire over de gezinshereniging veranderd halverwege in een speelfilm over slavernijpraktijken die de filmmakers in het vluchtelingenkamp ontdekken. De hoofdpersonen zijn mevrouw Fetim Sellami Hamdi, die wordt neergezet als een slavin, en de filmmakers zelf die met hun ontdekking moeten zien te ontvluchten. De première van de film in Sydney, Australië, wordt een rel. Mevrouw Sellami Hamdi is aanwezig en spreekt schande van de vertoning. Het verweer van de filmmakers Ayala en Fallshaw is dat zij mevrouw Sellami Hamdi goed begrijpen omdat zij door het Polisario vast wel gedwongen zal zijn dergelijke dingen te zeggen. Een leugen die wordt goedgepraat met een volgende leugen. Sinds die tijd kan het voor een ieder duidelijk zijn dat Fetim Sellami Hamdi er geen prijs op stelt te figureren in de film. Toch heeft Stolen bij de IDFA in 2009 zijn Europese première beleefd. Maar die ging zonder veel ophef voorbij.

Bij de IDFA kon men daarom verder gaan. Op de website geeft men eenzijdige informatie zoals een kritiekloos stukje van Marnix de Bruyne en een nog onbenulliger stukje van Paul van de Graaf. Op de hele IDFA site staat geen enkele link naar informatie die duidelijk maakt dat de film tegen de uitdrukkelijke wens van de hoofdrolspeelster wordt vertoond. Het bezwaar van mevrouw Sellami Hamdi tegen de vertoning komt bij de IDFA nergens aan bod. Laat staan dat Mevrouw Sellami Hamdi als hoofdrol-slavin een uitnodiging heeft ontvangen voor de Europese première. De filmmakers daarentegen mochten hun verhaal ook nog eens uitleggen op het door de IDFA georganiseerde ‘People vs power debate’. De IDFA is een cynische organisatie die geen moeite heeft met het exploiteren van vluchtelingen. Ook het duidelijke misbruik van de slavernij-thematiek doet ze niets. Als de kassa maar rinkelt.

Het IDFA is geen eenvoudig filmfestival met de nadruk op documentaire film. Het is een multimediabedrijf dat een eigen mediaplayer ontwikkeld, en via de webwinkel "Docs for Sale Online" documentaires verkoopt en bezig is met een eigen web TV-kanaal. Het is een bedrijf dat een idealistisch imago uitbuit en draait op bij elkaar gebedeld geld van de gemeente Amsterdam, het Ministerie van OCW en van allerlei clubs zoals de Nederlandse Publieke Omroep, VPRO, Volkskrant, Oxfam Novib, Vrij Nederland en de STER. De IDFA maakt gebruik van vrijwilligers maar heeft ook een businessclub met elf leden uit het bedrijfsleven. Het Amsterdamse bedrijf groeit en groeit en organiseert ook festivals in Nijmegen en Vlieland. Het IDFA ontwikkeld zich tot een monopolist op het gebied van de documentaire in Nederland en heeft zelfs internationale aspiraties. Het IDFA heeft een bedrijfstak genaamd "Industry Office" dat bestaat uit de internationale co-financieringsmarkt FORUM voor producenten, het opleidingsprogramma IDFAcademy en de documentairemarkt Docs for Sale. Het IDFA draait om geld. En de zucht naar geld biedt altijd een goed aanknopingspunt voor de Marokkaanse propagandamachine.

Marokko heeft weinig zin in de bemoeienis van de VN met de Westelijke Sahara. Marokko ziet liever geen documentaire over de hereniging van Saharaanse gezinnen die worden gescheiden door de Marokkaanse Muur. Maar elke negatieve film over de vluchtelingenkampen mag van de Makhzen natuurlijk overal ter wereld worden vertoond. Het IDFA is daarbij behulpzaam. En via de IDFA nu ook de OBA. Zo wordt met publiek geld voor Nederlandse culturele instellingen de Marokkaanse propagandamachine draaiende gehouden.

Wat is de motivatie van Abdelkader Benali bij zijn keuze voor Stolen? Hij noemt het "een interessant uitgangspunt voor een spannend programma over engagement, slavernij en geopolitieke malversaties."
Als Benali had gekozen voor het werk van een Marokkaanse collega had hij meer respect verdiend.

maandag 23 augustus 2010

MAARTJE THEADORA, ROS 171, IMO 9182801





De Maartje Theadora is een schip, een vissersboot. Dat schip vaart onder duitse vlag en is op dit moment aan het vissen op de positie 23.52825˚ / -16.65662˚ oftewel in de wateren van de Westelijke Sahara zoals te zien is op de website van marinetraffic. Het schip heeft bij Dakhla, de zuidelijkste stad in de Westelijke Sahara, een ontmoeting gehad met een "reefer" en dat is een refrigerated ship, een koelschip. Daar is de lading vis overgebracht en men is verder gaan vissen. Er zit veel vis voor de kust van de Westelijke Sahara al wordt het elk jaar minder. De Maartje Theodora is eigendom van Parlevliet & Van der Plas B.V.

Vissen in de Westelijke Sahara zonder toestemming van de Saharaanse bevolking is in strijd met het internationaal recht.

Het schip is voorzien van Skysails, in feite een vlieger waarmee op brandstof moet worden bespaard. De Stichting Milieunet heeft ook een foto van de vlieger in actie op het web staan.
De plundertocht in West-Saharaanse viswateren is onderdeel van de eerste fase van de proefperiode waarvoor Duitsland en de Europese Unie rond de 780,000 euro subsidie hebben betaald.
Is dat milieuvriendelijk vissen?

zaterdag 7 augustus 2010

Dollars van de Marokkaanse lobby



Bovenstaande brief (klik erop voor een uitvergroting) is op te vragen via de website van de Foreign Agents Registration Act in de USA. In de USA mogen buitenlandse regeringen betaalde lobbyisten aan het werk zetten voor hun eigen belangen maar dat moet wel netjes worden aangemeld. Marokko heeft flink wat lobbyisten aan het werk zoals een snelle zoekactie bij www.fara.gov aan het licht brengt. Een heel belangrijk onderwerp voor deze mensen is het werk voor de aanvaarding van de Marokkaanse bezetting van de Westelijke Sahara of, zoals in het bijgevoegde document staat: lobbying services before the federal government, focusing on issues surrounding the Western Sahara, as it has done for the past several years.
Kosten voor deze ene lobbyist, de Moffett Group, dit jaar: 240.000 dollar. Maar er zijn er meer zoals Nurnberger and Associates die $4,500 per maand beurt.
Gary Loeffer heeft voor $25,000 per maand deze opdracht : As directed by and in coordination with MACP staff, communicate with principals and staff of the Congress and Executive Branch to educate them on U.S. Moroccan relations and Morocco's commitment to securing a permanent resolution of the Western Sahara issue, with the express purpose of encouraging U.S. actions that promote Moroccan sovereignty, security, and prosperity.
Het zijn niet de enige lobbyisten die in de USA voor Marokko werken.

Als Marokko geld uitgeeft om de regering van de USA te bewerken is er geen reden te bedenken waarom Marokko geen geld zou uitgeven om de Nederlandse regering te bewerken.

donderdag 22 juli 2010

Marokkaanse mishandelingen gaan door



De getuigenis van Kalthoum Lbsair:

Ik arriveerde zondagochtend 18 juli in El-Aaiun per taxi vanuit Smara.
Ik kwam om de delegatie van mensenrechtenactivisten welkom te heten die net terug kwamen van een bezoek aan de Saharaanse vluchtelingenkampen in Algerije.
Ik ging eerst naar het huis van mijn oom in de buurt van Al'Ina'ach.
Rond 18.00 uur ging ik naar het huis van Othman N'dour, een lid van de delegatie, waar zijn familie supporters en sympathisanten ontving voor het welkomst onthaal.
Toen ik aankwam bij de Boukraa laan, was ik verrast door tientallen politieauto's rond het huis van de familie van de heer N'Dour.
Er waren ook tientallen agenten in burger van verschillende Marokkaanse veiligheidsdiensten en inlichtingendiensten.
Aangezien veel van de Marokkaanse politieagenten agressief gedrag vertoonden besloot ik naar het huis van een familielid te gaan daar in de buurt.
Een uur later hoorden we gekrijs en gingen we naar buiten om te zien wat er aan de hand was.
De politie achtervolgde Saharaanse burgers om hen te intimideren en uit elkaar te jagen.
Ik rende naar de Boukraa Avenue waar ik vanuit de verte de toestand wilde overzien. Ik was met tientallen andere Saharanen die ook in afwachting waren van de aankomst van de leden van de delegatie.
We werden weer verrast door politieagenten in burger die ons een auto in jaagden.
Een van hen sloeg me in de neus. Ik bloedde veel en ik viel flauw.
Toen ik bij kwam zocht ik de persoon die me had geslagen om te vragen waarom hij dat had gedaan.
Hij was met een groep in burgerkleding en in uniform, ze beledigden en schopten me, en schreeuwden woorden die ik niet begreep. Hij liet me op de weg liggen.
Een van de Saharaanse burgers hielp me overeind en ik liep met hem mee naar zijn huis.
Hij behandelde mijn wonden zo goed als hij maar kon.

Sommige mensenrechten activisten raadden me aan om een klacht in te dienen bij de procureur-generaal van de Marokkaanse koning. Ik heb het niet gedaan want ik heb al verschillende klachten ingediend waarop niet is gereageerd.

Vertaling van: Testimony of Kalthoum Lbsair: recent victim of Moroccan police brutality


Deze foto hoort bij: Saharawiwomen.blogspot.com Saharawi women condemn the brutal repression

Meer informatie over deze gebeurtenissen in El Aaiun is te vinden bij de Saharaanse schrijversunie UPES

maandag 19 juli 2010

Jamaa, een Christen in Marokko


Het verhaal van Jamaa: Na een studie politieke wetenschappen in Rabat verhuist de Marokkaan Jamaa naar Europa waar hij zich bekeerd tot het christendom. In 1993 vraagt hij politiek asiel aan in Nederland, maar dat wordt afgewezen en als zijn visum verloopt wordt Jamaa uitgezet naar Marokko. Jamaa keert dan terug naar zijn dorp. Zijn familie denkt dat zijn bekering tot het Christendom het gevolg was van een geloofscrisis die wel over zal gaan. In 1994 zit hij zeven maanden in de gevangenis op beschuldiging van "proselitisme" (bekeringsactiviteit, strafbaar in Marokko) en vervolgens wordt hij gedwongen opgenomen in de psychiatrische inrichting van Inezgane hoewel hij geen mentale instabiliteit heeft. Twee jaar later wordt hij opnieuw vervolgd voor het opzetten van een christelijk kruis op de openbare weg en daarvoor gaat hij een jaar naar de gevangenis.

Na zijn vrijlating wordt Jamaa afgewezen door zijn familie en gedwongen zijn geboortedorp te verlaten. Hij verhuist naar de stad Massa. Hij weigert te buigen voor de druk om zich te bekeren tot de Islam. Integendeel, hij zet bijbelverzen en kruizen in de etalage van zijn winkel. Als Jamaa twee rondslingerende houten palen verbrand wordt hij opgepakt op beschuldiging van de "vernietiging van de goederen van anderen" en opnieuw van "proselitisme", strafbare bekeringsactiviteit. Het hof van Agadir veroordeeld hem op 28 december 2005 tot 15 jaar gevangenisstraf.

Deze informatie komt van de Amerikaanse Prisoners focus waar men ook een petitie kan tekenen die is gericht aan de Marokkaanse ambassadeur in Washington. Wil je meer weten? Dan moet je bij het International Christian Concern zijn:
ICC is a Washington-DC based human rights organization that exists to help persecuted Christians worldwide. ICC provides Awareness, Advocacy, and Assistance to the worldwide persecuted Church. For additional information or for an interview, contact ICC at 800-422-5441 or 301-585-5915.

Verder heeft Minister Verhagen van Buitenlandse Zaken gisteren in een brief uitgelegd wat de stand van zaken is rond de golf van uitzettingen van christenen in Marokko.

vrijdag 16 juli 2010

De PvdA moet naar de Westelijke Sahara

In de gemeente Weert is een relletje ontstaan toen een plan van het PvdA-raadslid Malika Zaâboul voor een studiereis naar Marokko ter ore kwam van andere partijen, zoals de SP.
De reis zou worden gemaakt op uitnodiging, en op kosten van de Marokkaanse overheid. Er zou een bezoek worden gebracht aan de Westelijke Sahara dat door Marokko wordt bezet.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft "zeer verbaasd" gereageerd op het nieuws. Buitenlandse Zaken wist van niks terwijl er afspraken waren gemaakt met de Marokkaanse regering dat alle activiteiten die Marokko ontplooit richting Nederlanders van Marokkaanse afkomst transparant moeten zijn.
„Omdat het in deze kwestie gaat om een programma in de zuidelijke provincies, de Westelijke Sahara, lijkt het er op dat de Marokkaanse overheid haar standpunt over dit gebied wil uitdragen en haar gasten daarmee beïnvloeden.”

Het gaat volgens Buitenlandse Zaken niet om een onschuldig studiereisje maar om lobbywerk, een propagandastunt van de militaire bezetters van de Westelijke Sahara, waarvoor het in Marokko geboren PvdA-raadslid werd ingeschakeld. Het is heimelijke inmenging van een buitenlandse mogendheid in gemeentelijke zaken. Dat is wat waar de AIVD tegen waarschuwt. Is Malika Zaâboul onschuldig, een beetje dom, en niet goed begeleid door de PvdA? Was zij welbewust actief voor de Marokkaanse regering met instemming van de PvdA? Het zijn te scherpe vragen die men liever laat liggen.

Een studiereis die op smoezelige wijze is geregeld maakt een onprettige indruk maar het had ook anders gekund : open en transparant waarbij rekening is gehouden met het Nederlandse standpunt over de kwestie van de Westelijke Sahara.
Nederlandse ambtenaren moeten respect uitdragen voor het internationaal recht en daarom zou men moeten kunnen uitleggen waarom Nederland de souvereiniteit van Marokko over de Westelijke Sahara niet erkend. Ook mevrouw Zaâboul moet dat kunnen uitleggen, zeker tijdens een studiereis in de Westelijke Sahara! Van alle Nederlandse officials kan worden verwacht dat zij de Nederlandse normen en waarden uitdragen met betrekking tot de mensenrechten. In dat kader past een bezoek aan een Saharaanse mensenrechtenorganisatie. En tijdens een echte studiereis zouden Nederlandse gezagdragers een bezoek moeten brengen aan de VN-missie die toezicht houdt op het bestand in het gebied. Waarom organiseert de PvdA niet zo een reis voor ALLE PvdA bestuurders van Marokkaanse afkomst? De Saharanen zouden er vast en zeker geen bezwaar tegen hebben.

Ondertussen wordt op de website van de PvdA niet gesproken over de Westelijke Sahara maar over de "Zuidelijke streek" en dat is hetzelfde maar dan in het jargon van de Marokkaanse bezetter. De PvdA durft dus niet eens het beestje bij de naam te noemen.
Een studiereis zal voor de PvdA dus echt heel nuttig zijn. En het zal ook het begrip voor de Marokkaanse gemeenschap in Nederland vergroten die immers te lijden heeft van een verkrampt en opgefokt nationalisme waarmee de bezetting mentaal wordt ondersteund.