donderdag 15 november 2012

De koning en zijn profeet


Mensen die campagne voeren voor onafhankelijkheid in West-Sahara kunnen rekenen op botte repressie van Marokkaanse troepen en op staalharde leugens.
Er is weer een proces geweest in Rabat; nu tegen Mohamed Dihani. Hij wordt onder andere beschuldigd van een poging om een terreurcel op te richten in Italie om daarmee een aanslag te plegen op treinen en zelfs op de Paus. De geloofwaardigheid van de Marokkaanse beschuldigingen is niet groot. Het geloof in de Marokkaanse strijd tegen het internationale terrorisme is aan erosie onderhevig want de Marokkaanse beschuldigingen zijn vaak opzichtige leugens. Zo werd, na de ontvoering van de drie hulpverleners een jaar geleden, het Polisario beschuldigd van de kidnap die was gepleegd door de MUJAO. Dat was een absurde beschuldiging. Het Polisario was in die tijd bezig met de voorbereidingen van zijn dertiende congres met veel internationale gasten. De ontvoering was een enorme tegenslag.
Bij het twaalfde congres in 2007 was er ook tegenslag in de vorm van een moorddadige dubbele bomaanslag in Algiers op de Algerijnse Hoge raad en op de UNHCR. Het waren zelfmoord-aanslagen die werden opgeëist door Al Qaida in de Maghreb of AQIM. Waarom die doelen op dat moment? Saharawi's hadden daar hun eigen gevoelens over maar onthielden zich van openlijke beschuldigingen.
In de propaganda-oorlog is Marokko altijd succesvol geweest. Het gebruikt zijn uitgebreide netwerk van ambassades en consulaten en de mensen uit de Marokkaanse gemeenschap en vooral die werkzaam zijn bij de media. Daarnaast zijn er sympathisanten, al dan niet betaald, zoals Jennifer Rubin, Peter Pham en Yonah Alexander die de Marokkaanse laster rondtoeteren. De boodschap is na jaren nog steeds: het Polisario is een terroristengroep verbonden aan Al Qaida en drugsmokkelaars. De laster van deze Amerikanen wordt overgenomen door de Marokkaanse media die zo de indruk wekken dat zij het niet zelf hebben verzonnen. En zo zingen de geruchten in het rond.
Behalve geruchten in de media zijn er de beschuldigingen van Marokkaanse politici en dat zijn harde politieke feiten. De geestelijk leider Mohamed VI beschuldigd stelselmatig het Front Polisario en Algerije van gruwelijkheden in zijn jaarlijkse toespraak ter gelegenheid van de herdenking van de Groene Mars, de jihad ter verjaging van de Spanjaarden uit de Marokkaanse Sahara. Dit jaar kwam hij weer in zijn toespraak met deze routineuze beschuldiging:
"Marokko roept de internationale gemeenschap op om zich in te spannen om een eind te maken aan het lijden van onze burgers in Tindouf, op Algerijnse bodem, waar enkele van de meest afschuwelijke vormen van repressie, onderdrukking, wanhoop en ontbering de overhand hebben, in een grove schending van de meest elementaire rechten van de mens."
Deze koninklijke nonsens is een belediging voor de Verenigde Naties, en met name voor de UNHCR, en alle anderen die zich om de vluchtelingen bekommeren. De term "onze burgers in Tindouf op Algerijnse bodem" is een bedreigende kwalificatie van de vluchtelingen die zijn ontkomen aan de terreur van het cherifijnse koningshuis. De beledigende formulering van het koninklijke standpunt aan het adres van Algerije is routineus. Maar deze keer bleef een reactie niet uit. "Grote woede in Algiers", kopte El Watan.
Na de kidnap van de drie hulpverleners heeft het Polisario de Marokkaanse geheime dienst beschuldigd van betrokkenheid bij de terreurgroep MUJAO die zijn basis heeft gevonden in het noorden van Mali. Het zijn beschuldigingen van Polisario officials, niet van journalisten of commentatoren, en hoewel de bewijsvoering te wensen overlaat zijn het daarmee wel harde politieke feiten die een rol spelen bij de ontwikkelingen in Mali waar inmiddels een militair ingrijpen wordt voorbereid.
Geruchten en vermoedens waren het excuus van de Spaanse regering om alle hulpverleners uit de vluchtelingenkampen terug te roepen. Daarmee maakte de Spaanse regering een knieval voor Mohamed VI.
Nu heeft zich een volgende affaire aangediend in de propaganda oorlog: de aanslag op de president van Mauritanië Mohamed Ould Abdel Aziz. Het is volkomen onduidelijk wie daar achter zit en zelfs of het wel een aanslag genoemd kan worden. Zeker is dat de man is beschoten en hersteld in een ziekenhuis te Parijs. Na het bekend worden van het nieuws stuurde zijn Saharaanse collega en bijna naamgenoot Mohamed Abdelaziz hem een telegram met de allerbeste wensen. Het verhaal gaat nu dat de gezant die een brief met de beste wensen van Mohamed VI kwam aanbieden de deur is gewezen door de Mauritaniër, wegens een vermoeden dat Marokko achter de aanslag zou zitten. Het is een boterzachte beschuldiging en weinig meer dan een gerucht in de media. Toch is het terecht dat naar Mohamed VI wordt gekeken: de geestelijk leider voert immers een beleid dat is gebaseerd op laster.
Een reactie plaatsen