zaterdag 22 oktober 2011

Eten in de vluchtelingenkampen

Restaurante Gdeim Izik is nieuw. Het is gelegen op een heuveltje met uitzicht op Rabouni, het Saharaans vluchtelingenkamp waar de regering van de Sahraanse republiek in ballingschap is gevestigd, in het uiterste zuidwesten van Algerije. Een menukaart heb ik niet ontdekt.
De bediening is vriendelijk en Spaanstalig, maar internationaal ingesteld want men spreekt ook heel langzaam Spaans, en Arabisch uiteraard. Er is keuze uit: koeievlees met rijst en groente, kip met patat, linzensoep en salade. Het koeievlees is in deze streek bijzonder omdat het vleesvee hier bestaat uit kameel en geit.
Ik koos kip met patat en een salade en een koffie toe. Je kan binnen zitten waar het schoon is en koel of buiten op een klein terrasje met uitzicht op het gastenverblijf voor de bezoekers van internationale hulporganisaties.
De kip en de patat werden snel op tafel gezet samen met een overdadige grote mand vers brood. Met lichte vertraging arriveerde de salade. De kip was wat taai maar goed genoeg om mijn honger mee te stillen. De saus en het brood maakten dat weer goed. De patatten waren slap en niet zo warm meer, maar alleszins eetbaar. De salade bestond uit een paar flinke schijven vleestomaat, dito ringen van rode ui, drie smakelijke olijven en bladen sla.
De koffie werd al geserveerd toen ik nog halverwege de maaltijd was. Die was toch nog goed op tempatuur toen ik hem dronk en het bleek een pittige en smakelijke afsluiting van de maaltijd.
Het afrekenen duurde lang en dat lag aan de toestroom van klanten.
Daardoor had ik tijd voor een paar observaties. Dat er veel buitenlandse klanten waren was te zien aan de kleding en te horen, er waren Spanjaarden maar ook Fransen en Cubanen. Het restaurant heeft ook uitzicht op een ziekenhuis waar vooral buitenlands medisch personeel werkt.
Wat me opviel was een stevige diesel 4wheeldrive die naast het restaurant werd geparkeerd. Twee dames in melfa, de traditionele Saharaanse dracht stapten uit. Ik nam direct aan dat het twee buitenlandse dames waren die zich in de lokale dracht hadden gestoken. Het enige tafeltje waar nog stoelen vrij waren was de mijne en zij schoven aan. De vrouwen waren jong en spraken Engels en ze bleken wel degelijk Saharaans te zijn. De ene nam een salade en de ander een linzensoep. Beide gerechten zagen er goed uit en werden met smaak veroberd.
Toen ik zelf uiteindelijk kon afrekenen bleek de rekening alleszins mee te vallen en het bedrag ben ik vergeten.

Het restaurant is vernoemd naar het grote protestkamp dat vorig jaar was opgericht buiten El Ayun, de hoofdstad van West Sahara. De Marokkaanse bezetter heeft daarmee op zeer bloedige wijze afgerekend nadat zij vergeefs hadden geprobeerd door middel van een omsingeling het kamp onmogelijk te maken. Tijdens de blokkade werd een auto die een wegversperring ontweek met een mitrailleur beschoten en daarbij vielen natuurlijk slachtoffers, waaronder een Said Damber een jongen van amper 15 jaar die dodelijk werd getroffen door het machinegeweer.

Die dramatische ontruiming heeft zelfs de nederlandse televisiejournaals bereikt die de hallucinante beelden toonden van waterkannonnen in de woestijn, duizenden verscheurde en brandende tenten waarin duizenden Saharanen waren gaan wonen uit protest tegen de sociale achterstelling waarmee ze in de stad te kampen hebben. De woede om het vertrappen van de tenten was bij de Saharanen zo groot dat er ook aan de kant van de Marokkaanse bezettingstroepen slachtoffers vielen door gebruik van de voorhanden zijnde keukenmessen. Het aantal slachtoffers aan Saharaanse zijde is veel groter. En in het jaar dat inmiddels is verstreken zijn er nog veel meer gevallen. Bij de herdenking van de ontruiming is onder andere de dappere studente Sultana Khaya weer zwaar in elkaar geslagen. Het lichaam van Said Damber is door de familie nog steeds niet opgehaald omdat men een verklaring eist omtrent de doodsoorzaak van de Marokkaanse autoriteiten, maar niet krijgt.

In de vluchtelingenkampen in het zuiden van Algerije hoeft dat verhaal niet verteld te worden want men kent het maar al te goed. De dagelijkse zorg daar is de voorraad water en het eten. Men voelt zich er wel veilig. Er komen ook nogal wat westerlingen langs, behalve natuurlijk de vele Spanjaarden heeft men ook bezoek gehad van de New Yorkse vormgever Robin Kahn die een kookboek heeft samengesteld met Saharaanse recepten. Het is desgewenst te bestellen. Het boek is samengesteld in het kader van de kunstmanifestatie ArTifariti die op dit moment plaats vindt.

Een reactie plaatsen