maandag 30 augustus 2010

Het IDFA en de slaven



Het International Documentary Filmfestival Amsterdam, IDFA, heeft voor de tweede keer de propaganda film Stolen op het programma gezet met een inleiding van Abdelkader Benali, een schrijver met een Marokkaanse achtergrond. De vertoning is bij de Openbare Bibliotheek Amsterdam, OBA.

De film STOLEN is gemaakt onder het voorwendsel van een documentaire over een gezinshereniging van een Saharaanse familie in het kader van het VN-project om de banden tussen het bezette gebied en de vluchtelingenkampen te herstellen. Dat was de opzet die de Australische filmmakers Dan Fallshaw en Violeta Ayala presenteerden aan de Polisario vertegenwoordiger in Australië, Kamal Fadel, en aan de Saharaanse familie die leeft in het vluchtelingenkamp "27 February". Maar het werd een heel andere film.
De documentaire over de gezinshereniging veranderd halverwege in een speelfilm over slavernijpraktijken die de filmmakers in het vluchtelingenkamp ontdekken. De hoofdpersonen zijn mevrouw Fetim Sellami Hamdi, die wordt neergezet als een slavin, en de filmmakers zelf die met hun ontdekking moeten zien te ontvluchten. De première van de film in Sydney, Australië, wordt een rel. Mevrouw Sellami Hamdi is aanwezig en spreekt schande van de vertoning. Het verweer van de filmmakers Ayala en Fallshaw is dat zij mevrouw Sellami Hamdi goed begrijpen omdat zij door het Polisario vast wel gedwongen zal zijn dergelijke dingen te zeggen. Een leugen die wordt goedgepraat met een volgende leugen. Sinds die tijd kan het voor een ieder duidelijk zijn dat Fetim Sellami Hamdi er geen prijs op stelt te figureren in de film. Toch heeft Stolen bij de IDFA in 2009 zijn Europese première beleefd. Maar die ging zonder veel ophef voorbij.

Bij de IDFA kon men daarom verder gaan. Op de website geeft men eenzijdige informatie zoals een kritiekloos stukje van Marnix de Bruyne en een nog onbenulliger stukje van Paul van de Graaf. Op de hele IDFA site staat geen enkele link naar informatie die duidelijk maakt dat de film tegen de uitdrukkelijke wens van de hoofdrolspeelster wordt vertoond. Het bezwaar van mevrouw Sellami Hamdi tegen de vertoning komt bij de IDFA nergens aan bod. Laat staan dat Mevrouw Sellami Hamdi als hoofdrol-slavin een uitnodiging heeft ontvangen voor de Europese première. De filmmakers daarentegen mochten hun verhaal ook nog eens uitleggen op het door de IDFA georganiseerde ‘People vs power debate’. De IDFA is een cynische organisatie die geen moeite heeft met het exploiteren van vluchtelingen. Ook het duidelijke misbruik van de slavernij-thematiek doet ze niets. Als de kassa maar rinkelt.

Het IDFA is geen eenvoudig filmfestival met de nadruk op documentaire film. Het is een multimediabedrijf dat een eigen mediaplayer ontwikkeld, en via de webwinkel "Docs for Sale Online" documentaires verkoopt en bezig is met een eigen web TV-kanaal. Het is een bedrijf dat een idealistisch imago uitbuit en draait op bij elkaar gebedeld geld van de gemeente Amsterdam, het Ministerie van OCW en van allerlei clubs zoals de Nederlandse Publieke Omroep, VPRO, Volkskrant, Oxfam Novib, Vrij Nederland en de STER. De IDFA maakt gebruik van vrijwilligers maar heeft ook een businessclub met elf leden uit het bedrijfsleven. Het Amsterdamse bedrijf groeit en groeit en organiseert ook festivals in Nijmegen en Vlieland. Het IDFA ontwikkeld zich tot een monopolist op het gebied van de documentaire in Nederland en heeft zelfs internationale aspiraties. Het IDFA heeft een bedrijfstak genaamd "Industry Office" dat bestaat uit de internationale co-financieringsmarkt FORUM voor producenten, het opleidingsprogramma IDFAcademy en de documentairemarkt Docs for Sale. Het IDFA draait om geld. En de zucht naar geld biedt altijd een goed aanknopingspunt voor de Marokkaanse propagandamachine.

Marokko heeft weinig zin in de bemoeienis van de VN met de Westelijke Sahara. Marokko ziet liever geen documentaire over de hereniging van Saharaanse gezinnen die worden gescheiden door de Marokkaanse Muur. Maar elke negatieve film over de vluchtelingenkampen mag van de Makhzen natuurlijk overal ter wereld worden vertoond. Het IDFA is daarbij behulpzaam. En via de IDFA nu ook de OBA. Zo wordt met publiek geld voor Nederlandse culturele instellingen de Marokkaanse propagandamachine draaiende gehouden.

Wat is de motivatie van Abdelkader Benali bij zijn keuze voor Stolen? Hij noemt het "een interessant uitgangspunt voor een spannend programma over engagement, slavernij en geopolitieke malversaties."
Als Benali had gekozen voor het werk van een Marokkaanse collega had hij meer respect verdiend.
Een reactie plaatsen